Senaat

Mondelinge vraag over de stakinsaanzegging van de metropolitie in Brussel

Mondelinge vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de metropolitie in Brussel» (nr. 5‑284)

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de stakingsaanzegging van de metropolitie in Brussel» (nr. 5‑293)

De voorzitster. – Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)

De heer Bart Laeremans (VB). – De metropolitie van Brussel heeft een langdurige staking aangekondigd voor begin december, die naar verluidt veertien dagen zal duren. Blijkbaar wordt al lang niet geluisterd naar de – terechte – verzuchtingen van die mensen. Ondanks beloften in het verleden, onder meer na de moord op Joe Van Holsbeeck in het Centraal Station, werd de personeelsformatie niet uitgebreid. De bestaande personeelsformatie wordt evenmin ingevuld, men kan zelfs spreken van een leegloop.

Hierdoor kan het meest elementaire werk niet meer worden ingevuld. Processen-verbaal blijven maandenlang liggen. De politie holt van het ene naar het andere zware incident – afgelopen weekend nog een hele reeks – en voert een soort brandweerpolitiek zonder enig afschrikkingseffect bij de criminelen, die zich aan van alles te buiten gaan.

In vergelijking met de lokale politie wordt het werk bij de spoorwegpolitie duidelijk lager verloond. Een verschil van zo’n 300 euro netto per maand. Er is onder andere geen Brusselpremie en er kunnen geen betaalde overuren worden gepresteerd. Hierdoor is de spoorwegpolitie veel minder aantrekkelijk en geven vele agenten hun ontslag. Door de onveiligheid in de metro is het risico op letsels voor metroagenten aantoonbaar veel hoger dan bij de lokale politie. Men moet tegenwoordig over een flinke dosis altruïsme en moed beschikken om daar nog te willen starten.

Er is ten slotte ook een operationeel probleem door de locatie waar de metropolitie gehuisvest is, met name in de kazerne van Etterbeek. Hierdoor wordt de interventietijd aanzienlijk vertraagd. Men spreekt van een gemiddeld tijdverlies van 20 tot 25 minuten. Het zou veel logischer zijn dat ze gehuisvest zou worden nabij het Zuidstation. Men spreekt van het Blérotgebouw, maar blijkbaar bestaat daarover onenigheid binnen de regering.

Ik lees in De Standaard dat de minister op 30 november met de vakbonden zal overleggen. Tot dan is de minister blijkbaar niet bereikbaar voor commentaar. Ik meen dat zij niettemin in het parlement mag antwoorden op vragen of er minstens mag naar luisteren.

Wat onderneemt de minister om de personeelsformatie van de spoorwegpolitie en in het bijzonder van de metropolitie uit te breiden en in te vullen? Op welke wijze wil de minister het beroep van deze mensen aantrekkelijker maken, zowel qua verloning, beveiliging als qua huisvesting?

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Zoals aangegeven door de heer Laeremans zal de Brusselse metropolitie staken tussen 1 en 14 december. Dat is een vrij lange periode. De redenen zijn het personeelstekort, de toenemende agressie op de metro, problemen met het Astrid-netwerk en het absenteïsme. MIVB-voorzitster Adelheid Byttebier heeft daar begrip voor. Volgens haar levert ook de MIVB bijzondere inspanningen om de veiligheid te vergroten, maar is de slagkracht van de maatschappij beperkt, en ze stelt dat de federale overheid aan zet is om de criminaliteit in de Brusselse metro aan te pakken.

Uit het antwoord op een schriftelijke vraag van mij bleek al dat er iedere dag gemiddeld 25 criminele feiten plaatsvinden in de Brusselse spoorweg- en metrostations. De metro neemt daarvan een derde voor zijn rekening, wat neerkomt op acht geregistreerde feiten per dag. In haar antwoord liet de minister ook weten dat er werd gezocht naar een locatie om de politie van de spoorwegen en de metro onder te brengen in één gebouw in de buurt van het Brusselse Zuidstation. De spoorwegpolitie kan volgens haar ook rekenen op 65 extra personeelsleden om de veiligheid in onze hoofdstad te garanderen.

Het moge duidelijk zijn dat die extra manschappen geen overbodige luxe zijn. Een centraal commissariaat kan een optimale aansturing van het personeel bevorderen en moet efficiënt beheer van mensen en middelen mogelijk maken, in het voordeel van de burger en de veiligheid.

Ondanks de enorme besparingsoperatie die ons te wachten staat en de noodzaak van een slankere overheid, mag niet zomaar worden bespaard op de veiligheid van de burger in onze hoofdstad.

Tijdens de lopende regeringsonderhandelingen bereikten de onderhandelaars blijkbaar een Brusselakkoord waarin een en ander zou staan over de veiligheid. De Brusselse minister-president zou voortaan een Globaal Gewestelijk Veiligheidsplan (GGV) opmaken in samenspraak met de Brusselse regering. Op die manier krijgt ook het Brussels parlement zijn zeg in het Brussels veiligheidsbeleid. Dat is volkomen nieuw. Tot nog toe konden de gemeenten en de politiezones blijkbaar elk hun eigen weg gaan.

In welke mate heeft de minister begrip voor de grieven van de metropolitie en voor de stakingsaanzegging? Kan zij haar standpunt duiden, onder meer op basis van de meest recente cijfers over de criminaliteit in de Brusselse metro en de maatregelen die genomen zijn om de problemen aan te pakken?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. – De metropolitie wordt geconfronteerd met drie uitdagingen: een tekort aan effectieven, een infrastructuurprobleem en een communicatieprobleem. Al die punten krijgen mijn aandacht en we zoeken voor alles een oplossing.

Wat het aantal effectieven betreft, blijven we continu inspanningen doen om dat aantal verder te verhogen. Zo stellen we op het ogenblik 29 afgedeelde personeelsleden ter beschikking van de Brusselse metropolitie. Daarnaast werden 24 betrekkingen vacant verklaard in het kader van de lopende mobiliteitsprocedure. In december studeren opnieuw een heel aantal agenten af, van wie een deel kan terechtkomen bij de metrobrigade.

Een tweede probleem is de huisvesting. Aangezien de kazerne in Etterbeek ligt, zijn de verplaatsingstijden tussen kantoor en arbeidsplaats te lang. Dat is niet goed voor de operationaliteit van de metrobrigade en zorgt ervoor dat nieuwe rekruten minder geneigd zijn om voor de metrobrigade te kiezen. Wanneer we het infrastructuurprobleem oplossen, zullen we het aantal effectieven en de aanwezigheid van de politie in de metro zien stijgen en zal ook het welzijn van de agenten van de metrobrigade toenemen. Daarom heb ik deze week opnieuw het initiatief genomen om het overleg over de realisatie van de huisvestiging van de Brusselse metrobrigade in de nabijheid van het Zuidstation, meer bepaald in de Blérotstraat, te intensifiëren. Daar wil ik snel resultaat zien. Dat betekent dat de aanpassingwerken in de Blérotstraat uiterlijk eind februari 2012 van start gaan. Aangezien dat tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken behoort, moet ik samenwerken met de Regie der Gebouwen en de FOD WASO, die een verdieping zou huren. Ik heb de contacten met die diensten deze week dus opnieuw geïntensifieerd.

Wat de communicatie betreft, is er het aspect van de radioverbinding. Concreet onderzoekt Astrid momenteel hoe vijf sites technisch nog beter kunnen worden bediend.

De goede werking van de metrobrigade is een prioriteit voor mij, maar ook voor de federale politie. Ik verwacht dat de federale politie de maatregelen treft die nodig zijn om de capaciteit van de metrobrigade te versterken en organisatorische maatregelen neemt, die de inzet van het personeel en de uitvoering van de taken optimaliseren. Daartoe behoort onder meer het overleg met de verantwoordelijken voor de veiligheids- en preventiemedewerkers van de MIVB, dat maandelijks plaats heeft op initiatief van de Dirco Brussel.

Ondertussen is in juni 2011 ook een strategisch overleg gestart tussen de verantwoordelijke van de directie Spoorwegpolitie van de federale politie, waaronder de metrobrigade valt, en de verantwoordelijke van de dienst Veiligheid van de MIVB. Dat overleg is bedoeld om een protocol te sluiten waarin de concrete afspraken over de samenwerkingsmodaliteiten tussen beide organisaties worden vastgelegd.

Op operationeel vlak vinden er trouwens geregeld veiligheidsacties plaats waaraan, naast de leden van de metrobrigade, ook de veiligheidsagenten van de MIVB deelnemen.

Wat de criminaliteit in de Brusselse metrostations betreft, werden in 2007 3336 feiten geregistreerd. In 2008 en 2009 daalde het aantal feiten tot 3087 en 2796. In 2010 was er opnieuw een stijging tot 3155 feiten. Voor het jaar 2011 zijn nog geen officiële cijfers beschikbaar. Volgens de schattingen zijn de cijfers vergelijkbaar met die voor 2010.

De criminaliteitsvorm die het meest frequent wordt vastgesteld in de Brusselse metro en op het spoorwegnet is diefstal, met 69% van de feiten. Daarnaast worden vooral geweldsfeiten (5%), drugsfeiten (3%) en verboden wapendracht (1%) geregistreerd.

Ten slotte kan ik meedelen dat op 30 november een overleg is gepland met de vakbonden.

De heer Bart Laeremans (VB). – Het antwoord voldoet mij niet. De minister geeft een aantal volgens haar hoopgevende signalen, zoals het feit dat in december een aantal mensen zal afstuderen. Dat is valse hoop want we lezen dat personen die bij de metropolitie beginnen daar zo snel mogelijk weg willen. Wegens de onveiligheid en het lage verloning wordt dat korps als een soort strafkamp beschouwd. Het is financieel veel interessanter om voor de lokale politie te werken. De minister heeft niets gezegd over een loonsverhoging.

De minister heeft ook met geen woord gerept over de uitbreiding van de personeelsformatie, die nochtans na de moord op Joe Van Holsbeeck was aangekondigd. Ze gaat dus met een mager pakketje naar de onderhandelingen van 30 november. Op die manier zal ze een staking niet kunnen afwenden.

Iets meer hoop is er met betrekking tot de huisvesting in het Blérotgebouw. De minister geeft aan dat ze zou willen dat de werken in februari volgend jaar worden aangevat. Het is mij echter niet duidelijk of de regering nu effectief een beslissing heeft genomen. Komt er een verhuis of is het nog wishful thinking?

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Ik dank de minister voor haar antwoord. Ik heb er begrip voor dat het niet makkelijk is om geschikte personen voor de metropolitie te vinden. Het is niet de meest aantrekkelijke baan. Misschien moet de verloning worden aangepast.

Het verheugt me dat het er eindelijk naar uitziet dat de metropolitie een definitieve huisvesting zal krijgen in de nabijheid van het Zuidstation. Dat is een conditio sine qua non voor een goede aansturing van het veiligheidsbeleid.

Ik hoop dat de minister op de ingeslagen weg voortgaat en dat de staking kan worden afge

Mondelinge vraag: de bewijslast van een YouTube-filmpje bij een overtreding.

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de minister van Justitie over «de bewijslast van een YouTube-filmpje bij een overtreding» (nr. 5‑280)

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Mijn vraag gaat wel over de bewijslast van een filmpje op YouTube, maar ik denk dat de Senaat ook het geschikte forum is om onze verontwaardiging uit te drukken over wat we deze week in de kranten hebben gelezen, namelijk dat iemand in de omgeving van Waasmunster met een snelheid van 293 kilometer per uur over de E17 raast, zijn passagier vraagt om dat te filmen en dan zo dwaas is het filmpje op YouTube te plaatsen, waardoor het een voorbeeldfunctie zou kunnen hebben voor jongeren.

Ik wist overigens niet dat er personenwagens zijn die in staat zijn om zo snel te rijden. Ikzelf voel overigens soms ook de aandrang om, bijvoorbeeld in een autoluwe nacht, iets sneller te gaan rijden dan 120 kilometer per uur, maar ik doe dat uiteraard niet om geen slecht voorbeeld te geven. Soms doe je dat echter onbewust, maar bijna 300 kilometer per uur vind ik toch wel erg veel. Ik heb ook vragen bij de mogelijke straffeloosheid van feiten waarbij de grenzen van de dood worden afgetast en die je zelf bekendmaakt op een netwerk dat door iedereen kan worden geraadpleegd. Ik heb er niet zoveel problemen mee dat iemand dat voor zichzelf doet, maar wie met een dergelijke hoge snelheid over een autosnelweg rijdt, kan ook andere mensen meesleuren in de dood.

Ik heb ook de commentaren gelezen van parketten en magistraten die van mening zijn dat dit feit kan worden aangegrepen om die mensen op grond van een innerlijke overtuiging te veroordelen. Ik denk dat een statement van de minister van Justitie nodig is om dit te bevestigen op grond van de wetgeving en de rechtspraak.

Heeft de minister weet van een rechtspraak en een wetgeving op grond waarvan dergelijke ernstige feiten kunnen worden veroordeeld? Staat de huidige stand van de wetgeving en de rechtspraak dat toe?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. – De feiten zijn inderdaad enorm, ik wist zelf ook niet dat dit mogelijk was. Het filmpje staat op YouTube en aangezien u een goede collega hebt die ook graag allerhande foto’s op YouTube post, kent u de praktijk dus een beetje. Ik heb in dat verband onlangs een vraag gekregen in de Kamer. Iemand anders filmen die een overtreding begaat en dat filmpje op YouTube plaatsen, mag niet volgens de privacywetgeving. In dit geval heeft de betrokkene echter zelf het filmpje op YouTube geplaatst.

Het strafprocesrecht wordt gekenmerkt door het beginsel van de vrije bewijslevering. Er is een onderzoek gestart en men zal dus nagaan welke bewijselementen kunnen worden verzameld, los van het filmpje dat op zich trouwens al een element is. Dit houdt in dat, behalve in de gevallen waarin de wet op beperkende wijze een bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, het bewijs of het tegenbewijs in verband met een strafbaar feit via alle bewijsmiddelen mag worden geleverd. Ook wanneer de wet in het kader van bepaalde misdrijven specifiek zekere bewijsmiddelen vooropstelt, sluit dit niet uit dat het bewijs van het misdrijf ook via alle andere elementen kan worden geleverd.

De rechter beoordeelt in beginsel volkomen vrij de bewijswaarde van de gegevens in het strafdossier.

Het Hof van Cassatie voegt hieraan toe dat deze vrije beoordeling geldt voor zover het gaat om regelmatig ingewonnen bewijselementen, die aan de tegenspraak van partijen worden onderworpen.

De rechter kan bewijs, zoals beeldmateriaal, dat op onrechtmatige wijze is verkregen, enkel nog uitsluiten indien de onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast of het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

De rechter ten gronde, voor wie de zaak in voorkomend geval wordt gebracht, zal de bewijswaarde moeten beoordelen van het desbetreffende filmpje, dat eventueel met andere bewijsmiddelen kan worden aangevuld. Het is echter onjuist te beweren dat het beeldmateriaal per definitie niet kan worden toegelaten.

Overzicht

Hierbij een overzicht van de wetsvoorstellen, de uitgeschreven versies vindt u via deze link:
http://www.senaat.be/www/?MIval=/index_senate&MENUID=22000&LANG=nl

Wetsvoorstel dd. 25-3-2011
-Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 119bis, § 2, van de nieuwe gemeentewet, inzake straffen en administratieve sancties

Wetsvoorstel dd. 23-3-2011
- Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, betreffende uitgaven voor werken aan woningen en beroepslokalen ter preventie van waterschade

Wetsvoorstel dd. 23-2-2011
- Wetsvoorstel tot wijziging van de bijlage van het koninklijk besluit van 17 mei 2001 betreffende de toegestane ingrepen bij gewervelde dieren, met het oog op het nutsgebruik van de dieren of op beperking van de voortplanting van de soort

Wetsvoorstel dd. 14-2-2011
-Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein

Wetsvoorstel dd. 11-2-2011
- Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met betrekking tot de belastingvrijstelling van de financiële ondersteuning die verleend wordt aan zelfstandige opvangvoorzieningen

Wetsvoorstel dd. 27-1-2011
- Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 13 augustus 1990 houdende oprichting van een commissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking, tot wijziging van de artikelen 348, 350, 351 en 352 van het Strafwetboek en tot opheffing van artikel 353 van hetzelfde Wetboek

Wetsvoorstel dd. 13-1-2011
- Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie

Wetsvoorstel dd. 20-12-2010
- Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

Wetsvoorstel dd. 23-11-2010
- Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 147bis van het Kieswetboek, ter uitbreiding van de stemming bij volmacht

Wetsvoorstel dd. 25-10-2010
- Wetsvoorstel tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat het
sluiten en overdragen van diensten en inrichtingen betreft

Wetsvoorstel dd. 13-10-2010

- Wetsvoorstel tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat betreft het verval van het
recht tot sturen

Wetsvoorstellen dd. 12-10-2010

- Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving in verkeerszaken wat de
territoriale bevoegdheid van de rechter betreft
- Wetsvoorstel tot wijziging van de wetten op het gebruik van de talen in
bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, wat de wegsignalisatie
en de verkeersboodschappen betreft
- Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving met het oog op de invoering
van een mobiliteitsvergoeding
- Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek met betrekking tot
onopzettelijke misdrijven in verkeerszaken
- Wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking
tot de verschijning in rechte van gemeenten
- Wetsvoorstel tot invoering in het Burgerlijk Wetboek van een objectieve
aansprakelijkheid van de ouders voor de schade veroorzaakt door hun
minderjarige kinderen
- Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek der Successierechten wat
de gezamenlijke aansprakelijkheid inzake successierechten betreft
- Wetsvoorstel tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wat betreft de verjaringstermijn van verkeersovertredingen
- Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek inzake de aangifte
van het doodgeboren kind
- Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, wat betreft de gewaarborgde minimumdienstverlening
- wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 1 april 2007 betreffende de postdienst

Wetsvoorstellen dd. 9-9-2010

- Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 39 van de Arbeidswet van 16 maart 1971
- Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek om de aanvaarding
van het meemoederschap bij homoseksuele vrouwen mogelijk te maken
- Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 61 van het Wetboek van vennootschappen, met het oog op het invoeren van een overmachtbepaling voor de vennootschapsorganen
- Wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving met het oog op het geslachtsneutraal maken van het vaderschapsverlof
- Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 1991 tot
uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 96 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen, wat betreft het
behoud van de verhoogde kinderbijslag voor mindervalide jobstudenten
- Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 2 van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, teneinde het dienstenchequesysteem uit te breiden tot onthaal van minderjarigen en een combinatie van kinderopvang en thuishulp van huishoudelijke aard
- Wetsvoorstel houdende invoering van een solidaire teruggave van belastingen
- Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 100, § 1, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzake vrijwilligerswerk verricht door andersvaliden
- Wetsvoorstel tot afschaffing van het plafond van het minimumpensioen in
geval van een gemengde loopbaan
- Wetsvoorstel tot wijziging van de hypotheekwet van 16 december 1851,
met het oog op de verlenging van de geldigheidsduur van de hypothecaire
inschrijving
- Wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek wat de stemplicht betreft
- Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 100bis van de organieke wet
van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn, met het oog op het instellen van een uniforme regeling inzake de
onderhoudsplicht van kinderen bij de opname van bejaarden in een rusthuis
- Wetsvoorstel tot oprichting van een centrale gegevensbank van honden
en houdende diverse bepalingen om incidenten met honden te voorkomen
- Wetsvoorstel tot reglementering van laser- of lichttherapie bij het epileren
om esthetische redenen

Mondelinge vraag: de registratie van etniciteit door de politie

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de registratie van etniciteit door de politie» (nr. 5-226)

De heer Guido De Padt (Open Vld). – De raadkamer van Namen besliste enkele dagen geleden om twee zigeunervrouwen vrij te laten, omdat de agenten hen ‘zomaar’ hadden gecontroleerd. De agenten volgden de twee vrouwen nadat die uit de supermarkt kwamen. Ze reden naar een ander warenhuis, waar ze opnieuw met gevulde boodschappentassen buitenstapten. In de auto met Franse nummerplaat die hen opwachtte, vonden de agenten gestolen gps-toestellen en een gestolen bankkaart waarmee voor 1300 euro aankopen was gedaan.

Het parket ging in beroep tegen de vrijlating. De Gentse professor criminologie Brice De Ruyver vond het beroep een terechte beslissing. Volgens hem deden die agenten gewoon hun werk. Stelende zigeuners zijn volgens hem trouwens een plaag. Hij wijst er ook op dat in de actieplannen van de federale politie van 2007 en 2011 gewezen wordt op het probleem van zigeunerbendes die inbraken plegen. Het is dan ook de taak van de politie dat fenomeen aan te pakken.

In België is onderzoek naar criminaliteit gepleegd door etnische minderheden veeleer schaars. In Nederland daarentegen zijn de beleidsmakers al langer overtuigd van de nood aan aandacht voor criminaliteit gepleegd door etnische minderheden. Deze criminaliteit beschouwen zij als een belangrijke indicator en als een gevolg van integratie en de te overbruggen culturele verschillen.

In tegenstelling tot wat in Nederland gebeurt, is in ons land het registreren van de etnische herkomst van daders en verdachten nog steeds een taboe. Wij beperken ons tot de registratie van het geboorteland en de nationaliteit. Het niet registreren van etniciteit is vanuit het oogpunt van een ‘anti-racistisch beleid’ misschien begrijpelijk. Anderzijds kan niet worden ontkend dat de niet-registratie een aantal nadelen met zich mee brengt.

Het is bijvoorbeeld onmogelijk om vanaf de tweede generatie allochtonen te onderscheiden van autochtonen. België is namelijk hun geboorteland. Door de niet-registratie gaat ook een mogelijk belangrijke signaalwerking verloren en wordt het bovendien moeilijker om zicht te krijgen op een mogelijke etnische oriëntering van het justitiële apparaat.

Ik denk dat de registratie van etniciteit ons een beter inzicht kan verschaffen in criminaliteit en een belangrijke bijdrage kan leveren aan het criminaliteitsbeleid, maar evenzeer aan het uitwerken van een degelijk integratiebeleid.

Deelt de minister de visie van de Gentse professor criminologie dat de agenten gewoon hun job deden en dat de vrijlating van de twee vrouwen onterecht is, aangezien stelende zigeuners geen uitzondering zijn? Hoe staat de minister tegenover het idee om de registratie van etniciteit door de politie in ons land mogelijk te maken?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. – Ik vind de uitspraak van de rechter in Namen onverantwoord. Van politieagenten wordt verwacht dat ze misdrijven oplossen. Van gerechtelijke instanties mogen we verwachten dat bewezen misdrijven bestraft worden. Dat de raadkamer besliste de twee vrouwen toch vrij te laten, vind ik dan ook een slecht signaal aan politieagenten, dievenbendes en slachtoffers.

Politieagenten mogen een controle uitvoeren op grond van gedrag, materiële aanwijzingen en omstandigheden van tijd en plaats.

Als men bij een controle, zoals in dit geval, gestolen goederen aantreft, moet in het proces-verbaal altijd worden uitgelegd waarom de controle heeft plaatsgevonden. Daarom wordt aan het opstellen van een proces-verbaal zoveel aandacht besteed in de opleiding, want het is cruciaal voor het gevolg dat aan de misdaad wordt gegeven.

In het proces-verbaal worden een aantal standaardgegevens opgenomen: identiteit, nationaliteit, woonplaats en geboortedatum. Er kunnen ook andere gegevens worden opgenomen, zoals elementen uit de SIS-kaart en etniciteit als deze gegevens van belang zijn voor de feiten. Zo wordt etniciteit opgenomen wanneer bijvoorbeeld tegen een persoon van allochtone origine een misdaad wordt gepleegd, net omdat hij allochtoon is.

Niet alle informatie die in het proces-verbaal staat, wordt overgenomen in de algemene gegevensbank. Zo mogen gegevens als etniciteit op dit moment niet worden geregistreerd. Een werkgroep, samengesteld uit afgevaardigden van gerechtelijke en politionele instanties, buigt zich momenteel over de aanpassing van de wet op het politieambt en de informatie die mag worden opgenomen in de ANG.

Ik wacht dan ook het resultaat van deze werkgroep af. Nadien zullen, zelfs bij een positief advies, nog alle stappen worden gezet om deze aanpassing wettelijk te verankeren.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Ik dank de minister voor haar antwoord. Ik besef dat dit een gevoelig thema is, maar het betreft het vermelden van etniciteit op grote schaal in het kader van een goed anticriminaliteits- en integratiebeleid. Ik kan de mensen geruststellen die hierachter een verborgen agenda menen te mogen ontwaren. Ook het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding, toch een onverdachte bron, heeft al gepleit voor etnische registratie door de politie. Ook het Europees agentschap voor de grondrechten pleit voor die registratie. De bedoeling ervan is tweevoudig: het voeren van een goed criminaliteitsbeleid, maar ook een goed integratiebeleid.

 

5-28

Mondelinge vraag over het herstelplan van de NMBS

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over «het herstelplan van de NMBS» (nr. 5-201) (16/06/2011)

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Volgens recente berichtgeving heeft de raad van bestuur van de NMBS de bespreking van het vrij ingrijpend herstelplan tot begin juli uitgesteld. Blijkbaar wil men proberen 100 miljoen euro te besparen, wat het bedrijf tegen 2012 een operationele winst van 83,2 miljoen euro moet opleveren, om het tegen 2015 opnieuw operationeel winstgevend te maken.

Blijkbaar zou er fors in het aanbod worden gehakt. Ik spreek nog in de voorwaardelijke wijs, omdat het allemaal nog moet worden geconcretiseerd. Het plan identificeert 327 treinen waarvan de kosten voor minder dan 5% gedekt zijn en nog eens 614 met een kostendekkingsgraad onder de 10%. Door de eerste groep te schrappen, kan 20,4 miljoen euro worden bespaard en het schrappen van de tweede groep levert 44,2 miljoen euro op. Daarmee worden een kleine 25 000 reizigers getroffen.

Behalve die 941 treinverbindingen zouden ook ongeveer 40 stopplaatsen sneuvelen. Door haltes te schrappen waar minder dan 70 mensen per dag op- en afstappen, kan de NMBS 2,5 miljoen euro uit haar kosten wegsnijden. Daarnaast zou de NMBS ook nog 36 miljoen willen besparen in de onderhoudsateliers en bijkomend 9 miljoen door ‘cheminards’ die met pensioen vertrekken niet te vervangen. Uit de cijfers blijkt dus dat het gros van de besparingen op de kap van de treingebruiker dreigt te gebeuren.

Volgens de NMBS zijn de tarieven die de vervoersmaatschappij aan Infrabel, de infrastructuurbeheerder, en aan Electrabel, de energieleverancier, moet betalen veel te hoog. We hebben dat overigens ook gehoord tijdens de hoorzitting met de mensen van de NMBS. Ook daar zou men dus kunnen besparen. In 2010 betaalde de NMBS 623 miljoen euro aan zustermaatschappij Infrabel en 158 miljoen euro voor energie. Die externe factoren hebben een negatieve invloed op de productiekosten van de vervoersmaatschappij.

In het besparingsplan lezen we ook dat de Belgische spoorwegmaatschappij het best kan worden opgebouwd rond een vervoersonderneming en een infrastructuurbeheerder. Dat is de eeuwige discussie over het aantal ‘poten’ dat de NMBS moet hebben, omdat de inefficiënte structuur de NMBS zou belemmeren de financiële gezondmaking zelfstandig te realiseren.

We spreken altijd over transparantie en duidelijkheid en daarom wil ik graag weten hoe de minister zelf tegen deze concrete besparing aankijkt. Wat is het standpunt van de regering? Ook met een regering van lopende zaken heeft de treingebruiker recht op duidelijkheid en een goede communicatie. Ik kan ook niet laten er even op te wijzen dat ik de minister op 19 mei vragen heb gesteld over de consultancy-opdrachten en de dochter- en kleindochterondernemingen. Ze beloofde me dat ik snel informatie zou krijgen. We zijn nu een maand verder, maar ik heb nog niets ontvangen.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. – Ik ben gisteren in de commissie uitvoerig ingegaan op een aantal vragen die de heer De Padt heeft gesteld. De lijst met de consultancykosten en de lijst met de dochterondernemingen worden verplicht gepubliceerd in de jaarverslagen. De uitsplitsing van de consultancykosten is gisteren aan bod gekomen, alsook in de hoorzitting met de betrokken CEO’s in de verenigde commissies Kamer en Senaat.

De financiële situatie wordt dagelijks gevolgd. We behandelen dit dossier niet als een ‘lopende zaak’, integendeel. In de commissie ben ik altijd zeer voorzichtig met uitspraken over investeringsplannen, bijvoorbeeld 2013, 2020, 2025, omdat ik vind dat het niet aan een regering in lopende zaken is om standpunten weer te geven. Met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen om de maatschappij financieel gezond te houden, heeft deze regering ten volle haar verantwoordelijkheid opgenomen. Ook hiervoor verwijs ik naar het verslag van de Senaatscommissie van gisteren.

Zoals u in de hoorzitting in de verenigde commissies van Kamer en Senaat van 7 juni nog kon horen, heb ik de NMBS Groep begin 2010 opnieuw gevraagd om in 2012 tot een schuldstabilisatie te komen. De drie bedrijven van de Groep hebben zich gezamenlijk geëngageerd om eind 2012 een EBITDA van 150 miljoen euro te bereiken. De NMBS zelf heeft zich geëngageerd om een EBITDA van 48 miljoen euro te realiseren. Ik heb de drie CEO’s en de voorzitters van de raad van bestuur duidelijk gemaakt dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en dat elke speler moet uitmaken welk deel van de inspanning hij kan leveren. Belangrijk zijn de besparingen, opgelegd voor 2012 en het traject tot 2015, maar dat zijn twee aparte plannen.

Deze verbintenis en de bijbehorende maatregelen werden door de raad van bestuur bevestigd en op de algemene vergadering van 30 mei 2011 nogmaals onderschreven. De tussentijdse doelstelling voor 2012 past in een ruimere doelstelling om voor het boekjaar 2015 ten minste een break-even te bereiken op het niveau van het EBITDA.

Een aantal elementen beïnvloeden het resultaat positief en negatief, zonder dat bijkomende maatregelen dienen te worden genomen. Het gaat dan onder meer om indexaties van kosten en dotaties, de stijging van de onderhoudskosten door de levering van nieuw materieel, een daling van de energiekosten en een tariefverhoging volgens beheerscontract die samen met een volumestijging tot een verhoging van de omzet leiden.

Daarnaast heeft de raad van bestuur een aantal bijkomende maatregelen goedgekeurd. Ik heb gevraagd om prioriteit te geven aan efficiëntiewinsten die de globale dienstverlening aan de reizigers niet beïnvloeden.

De verbetering van de productieprocessen in de onderhoudswerkplaatsen voorziet in een productiviteitswinst voor het reizigersverkeer van 3% tegen 2012. Het is nog niet beslist wat de winst moet zijn tegen 2015. De bestuurders vonden dit plan te omvangrijk om er zich al over uit te spreken. Ze hebben meer tijd gevraagd voor verdere studie. Het is dus niet op de lange baan geschoven.

Een betere organisatie van de commerciële diensten op regionaal vlak, de centralisatie van bepaalde administratieve diensten en een kostenreductie bij de centrale diensten zijn ook vastgelegd in het plan 2012. Daarin staat nog dat er voor het innen van niet-betaalde boetes een beroep zal worden gedaan op een gespecialiseerde organisatie.

De NMBS wil de stopplaatsen Florée, Zwankendamme, Antwerpen-Oost en Antwerpen-Dam vanaf december 2011 sluiten, omdat die ingevolge werkzaamheden niet meer kunnen worden bediend. De raad van bestuur van de NMBS heeft die beslissing al genomen, maar moet staatssecretaris Schouppe en mijzelf nog een dossier bezorgen.

Tijdens de eindejaarsperiode zal het treinaanbod tijdens de piekuren worden aangepast zoals tijdens de zomerperiode omdat er dan duidelijk minder reizigers zijn.

Tegen eind 2012 worden alle stations en stopplaatsen uitgerust met minstens één nieuwe ticketautomaat. Op die manier hebben de klanten overal waar een trein stopt de mogelijkheid om een ticket te kopen, wat de risico’s op fraude en discussies aan boord moet doen afnemen. Daarom zal vanaf eind 2012 een forfaitair supplement van 7 euro worden aangerekend aan iedereen die in de trein een ticket koopt.

De raad van bestuur nam de principebeslissing om een aantal loketten in kleinere stations te vervangen door nieuwe ticketautomaten, maar uiteindelijk is beslist dat dit alleen kan als drie voorwaarden vervuld zijn: er moet een wachtzaal beschikbaar blijven, de nieuwe ticketautomaten moeten er staan en het noodzakelijke sociaal overleg moet zijn gevoerd. Aangezien die drie voorwaarden nog worden onderzocht, kunnen we nog niet zeggen over welke loketten het zal gaan.

De beheersorganen van de NMBS werken verder aan maatregelen die moeten bijdragen aan de doelstelling om in 2015 op zijn minst een positieve EBITDA te halen. Aangezien die maatregelen nog niet definitief zijn, kan ik er ook nog niets over zeggen. Ik kan u wel verzekeren dat we daarbij zeker niet alleen het economische criterium van het aantal reizigers op een trein zullen hanteren, integendeel. Op de raden van bestuur zal over die criteria en over de mogelijke alternatieven nog fel worden gediscussieerd. Ik leg daar de nadruk op omdat soms al te eenzijdig wordt beweerd dat we alleen het economische criterium volgen. We hebben wel gevraagd dat er aan de hand van verschillende parameters een analyse van het reizigersvervoer zou worden gemaakt. Op basis van die analyse zal de discussie over de criteria dan worden gevoerd. Als er echter andere mogelijkheden voorhanden zijn, is het op sommige vlakken inderdaad niet langer verantwoord om bepaalde middelen en mensen te blijven inzetten.

Voor de structuur van de NMBS Groep verwijs ik naar antwoorden die ik vroeger heb gegeven. Het is niet fair te stellen dat alle financiële en organisatorische problemen te maken hebben met de structuur. Dat is niet zo, integendeel, die is vrij transparant en duidelijk. Dat neemt echter niet weg dat het structuurdebat voor mij meer gericht is op responsabilisering dan op kosten. Het zal veel meer gaan over wie wat in de hand heeft en wie waar verantwoordelijk voor is zodat we, als er zaken mislopen, ook de verantwoordelijken kunnen aanwijzen. Vandaag zijn de verschillende entiteiten nog te veel afhankelijk van elkaar en dat leidt soms tot een moeilijke besluitvorming. Dat kan zeker worden verbeterd.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Ik leid uit het antwoord van de minister af dat er maatregelen op ons afkomen die door de regering enigszins zijn ingedekt. Ik begrijp dat er soms maatregelen moeten worden genomen. Zoals Marc De Scheemaecker in de commissie heeft gezegd, is het in sommige gevallen goedkoper de mensen met een taxi naar hun werk te brengen dan met de trein.

Ik benadruk in dat verband nogmaals dat niet alleen sociaal overleg belangrijk is, maar ook overleg met de treingebruikers. Als in een gemeente straatwerken zijn gepland, worden de bewoners bijeengeroepen in een informatievergadering. De NMBS moet meer inzetten op contacten met de lokale overheden en de lokale bevolking om uitleg te kunnen geven over geplande maatregelen, zodat die maatregelen beter worden begrepen en er een groter draagvlak voor kan worden gevonden.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. – Ik ga volledig akkoord met de suggestie van senator De Padt. In de toekomst zullen we bijvoorbeeld nieuwe functies moeten geven aan stations. Kleine stations die uitsluitend als station worden gebruikt zijn financieel immers niet houdbaar, maar de lokale gemeenschap ziet het station soms als ‘iets wat erbij hoort’. De NMBS moet massaal investeren om een dergelijk station leefbaar te houden, terwijl het soms maar door enkele reizigers wordt gebruikt.

Als een lokale gemeenschap mee investeert in andere bestemmingen, bijvoorbeeld als postkantoor of als tentoonstellingsruimte, dan wordt het station een levendig gegeven en krijgen we een win-winsituatie. Ik steun bijgevolg ten volle de suggestie van de heer de Padt.

Mondelinge en Schriftelijke vragen en vragen om uitleg

Hieronder vindt u de recente vraagstellingen, de oudere vraagstellingen kan u opzoeken via onderstaande linken:

- mondelinge vragen: http://www.senaat.be/www/?MIval=/index_senate&MENUID=21340&LANG=nl
- schriftelijke vragen: http://www.senaat.be/www/?MIval=/index_senate&MENUID=21330&LANG=nl
- vragen om uitleg: http://www.senaat.be/www/?MIval=/index_senate&MENUID=21350&LANG=nl

Mondelinge vraag: de efficiëntieverhogende maatregelen in de kadernota Verkeersveiligheid

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de staatssecretaris voor Mobiliteit over «de efficiëntieverhogende maatregelen in de kadernota Verkeersveiligheid» (nr. 5-125)

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Volgende week organiseert de staatssecretaris de Staten-Generaal van de Verkeersveiligheid en dat inspireerde me om er nog eens de kadernota verkeersveiligheid uit 2009 van de Task Force Verkeersveiligheid op na te lezen. In die nota worden efficiëntieverhogende maatregelen voor het verkeersveiligheidsbeleid voorgesteld en wordt gevraagd het aantal personen en voertuigen dat per tijdseenheid wordt opgespoord of gecontroleerd, te verhogen en daarvoor de vaststellingsprocedures aan te passen.

In de kadernota lezen we bijvoorbeeld dat de huidige procedure bij een alcoholcontrole het onmogelijk maakt de vooropgestelde doelstellingen te halen. Nadat een persoon een positieve ademtest heeft afgelegd, moet om technische redenen tien minuten wordt gewacht voor het toestel kan worden gebruikt voor de ademanalyse. Tussen twee negatieve ademtesten moet twee minuten worden gewacht. Daarom wordt in de kadernota voorgesteld de politiediensten ten laatste in 2011 de mogelijkheid te geven andere, meer gebruiksvriendelijke en snellere toestellen in gebruik te nemen.

Volgens de nota waren de toenmalige drugscontroles ook omslachtig en tijdrovend. Een werkgroep bestudeerde de vereenvoudiging van de testbatterij, de invoering van nieuwe speekseltesten in combinatie met de afschaffing van de urinetest en de invoering van de speekselanalyse naast de bloedanalyse. De nieuwe speekseltesten voor controle op drugs in het verkeer zijn intussen ingevoerd, maar op het terrein blijken er problemen te zijn met de vorming van de politiemensen. Na een theoretische uiteenzetting van vier tot acht uur moeten de politiemensen nog een praktische test, ook van acht uur, op het terrein afleggen. Zo niet zijn ze niet gemachtigd om vaststellingen te doen. Bijna een jaar na de invoering van de nieuwe werkwijze zou een groot deel van de politiemensen die vorming nog niet hebben gekregen.

In de nota werd verder ook aangevoerd dat de eenvormigheid van het vervolgingsbeleid een belangrijk aandachtspunt was. De Task Force was van oordeel dat duidelijke en eenvoudige richtlijnen voor politie en parketten nodig waren. Om een eenvormig vervolgingsbeleid aan te sturen achtte de Task Force de aanstelling van een nationale magistraat inzake verkeer wenselijk. Die magistraat zou dan het aanspreekpunt zijn van zowel parketten als politie en andere verkeersveiligheidsactoren bij het voorbereiden en uitvoeren van het beleid.

Tot slot vond de Task Force het ook wenselijk de administratieve werklast van de parketten en de politie zoveel mogelijk te verminderen en pleitte ze voor een versnelde administratieve afhandeling van verkeersovertredingen. Op die manier zou er meer aandacht kunnen gaan naar de vervolging van zwaardere verkeersovertredingen en recidive. De oprichting van een centraal incassobureau voor onmiddellijke inningen, minnelijke schikkingen en veroordelingen kon daartoe bijdragen. Het administratief afhandelen van niet-betaalde verkeersboetes zou het parket heel wat werk besparen.

Hoever staat het met het marktonderzoek naar gebruiksvriendelijke ademtoestellen die sneller werken? Zal de doelstelling om de politie ten laatste in 2011 van die toestellen te voorzien, worden gehaald? Wanneer zullen ze effectief in gebruik worden genomen?

Hoeveel politiemensen zijn al volledig gemachtigd om controles op drugs in het verkeer uit te voeren? Om welk percentage van het totaal gaat het? Binnen welke termijn denkt de staatsecretaris dat alle politiemensen de vorming zullen hebben gekregen? Ik besef ook wel dat dat de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken is, maar ik neem aan dat de staatssecretaris dat ook in zijn eigen beleid heeft meegenomen.

Hoever staat het met de invoering van een uniform vervolgingsbeleid? Zijn er inmiddels duidelijke en eenvoudige richtlijnen? Werd de nationale magistraat inzake verkeer inmiddels aangesteld?

Hoever staat het met de invoering van een versnelde administratieve afhandeling van verkeersovertredingen? Werd het centraal incassobureau inmiddels opgericht? Zo niet, waarom niet en tegen wanneer mogen we het verwachten?

De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. – De kadernota Verkeersveiligheid die door de Task Force Verkeersveiligheid werd opgesteld en door het Interministerieel Comité voor de Verkeersveiligheid op 12 mei 2009 werd goedgekeurd, bevat een ruim hoofdstuk over het handhavingsbeleid inzake verkeer.

Aangezien ik mij hier op de terreinen begeef van zowel de minister van Binnenlandse Zaken als van de minister van Justitie, heb ik de nodige informatie ingewonnen bij mijn collega’s.

In deze kadernota wordt onder meer gepleit om het verkeerstoezicht en het aantal controles te verhogen, vooral inzake het rijden onder invloed, snelheid en het dragen van de veiligheidsgordel. Er wordt ook gepleit voor meer gerichte controles met betrekking tot het zwaar vervoer en de weekendongevallen.

Om daartoe te komen wordt in de eerste plaats gezocht naar efficiëntieverhogende middelen die de bestaande personeelscapaciteit bij de politiediensten voor verkeersdoeleinden optimaliseren.

Ik herinner eraan dat ondertussen verkeer als zevende basisfunctionaliteit werd erkend en de middelen van het verkeersveiligheidsfonds maximaal worden aangewend ter financiering van de lokale politie en de federale wegpolitie.

Politiecapaciteit kan worden vrijgemaakt wanneer de administratieve taken van de politie worden verminderd en/of door administratief personeel worden uitgevoerd. Bovendien kunnen het aantal gecontroleerde personen of voertuigen per tijdseenheid of per persoon worden opgevoerd.

Wat het rijden onder invloed van drugs betreft, werd sinds oktober 2010 de omslachtige en tijdrovende screening- en urinetest vervangen door de nieuwe checklist- en speekseltest. Binnenkort zal ook de nu nog van toepassing zijnde bloedanalyse worden vervangen door de speekselanalyse.

In het kader van het uitzonderlijke vervoer worden sinds juli vorig jaar de interventies van de politie beperkt, zodat er meer capaciteit vrijkomt. Ook de invoering van de Europese nummerplaat met een betere leesbaarheid, moet ertoe leiden dat de automatische nummerplaatherkenning wordt verhoogd en er dus minder tijd verloren gaat. Verder zal de oprichting van de kruispuntbanken van de voertuigen en van de rijbewijzen er eveneens toe bijdragen dat de gegevensuitwisseling met de politie wordt versneld en geoptimaliseerd.

Bovendien wordt gesproken over de vervanging van de huidige ademtest- en ademanalysetoestellen voor het rijden onder invloed van alcohol. Er is weliswaar nog geen aanbestedingsprocedure opgestart en er zijn ook nog geen nieuwe apparaten gehomologeerd of goedgekeurd. Het is in elk geval de bedoeling alle bestaande apparatuur ten laatste tegen 2015 te vervangen. Op die datum zullen de huidige toestellen over een periode van acht jaar afgeschreven zijn. De nieuwe toestellen dienen inderdaad gebruiksvriendelijker te zijn en moeten in staat zijn om een massale en snelle opsporing mogelijk te maken.

Wat betreft de opleiding van het aantal politiemensen om speekseltesten af te nemen, kan ik het volgende meedelen. De opleiding “speekseltest” wordt georganiseerd volgens het “train the trainer- principe”. Op dit ogenblik zijn reeds 460 trainers gevormd en 1.293 politiemensen kregen de opleiding, buiten de toekomstige agenten die deze opleiding in hun basisvorming krijgen.

Wat het vervolgingsbeleid inzake verkeer betreft, werden reeds vroeger stappen gezet om tot een eenvormig vervolgingsbeleid te komen. Verschillende omzendbrieven van het college van procureurs-generaal zijn van toepassing op de vaststelling en vervolging van snelheidsovertredingen, het rijden onder invloed van alcohol en drugs en het vervolgingsbeleid als zodanig, meer bepaald met betrekking tot de onmiddellijke inning, de minnelijke schikking en de dagvaarding.

In de kadernota wordt ook gepleit voor meer duidelijke en eenvoudige richtlijnen die toepasbaar zijn door de politie en waarbij de politie betrokken wordt. Om te komen tot een eenvormig vervolgingsbeleid van alle parketten, wordt er ook gepleit voor de aanwijzing van een nationale magistraat inzake verkeer. Op het ogenblik wordt die functie echter reeds vervuld door de daartoe aangewezen procureur-generaal van het College van procureurs-generaal en er bestaat ook een expertisecel van verkeersmagistraten.

Wat de versnelde administratieve afhandeling van de verkeersovertredingen betreft, moeten er stappen worden gedaan op korte en lange termijn. Dat vraagt heel wat wetgevend, organisatorisch en operationeel werk, wat niet evident is in een periode van lopende zaken. We gaan er daarbij van uit dat een overtreder die niet ingaat op de onmiddellijke inning en daar ook niet tegen procedeert, uiteindelijk zal worden gedwongen om te betalen zonder dat het parket verdere procedurestappen moet ondernemen. Wie nu zijn boete niet betaalt, wacht gewoon af totdat het parket hem een minnelijke schikking voorstelt en hem daarna voor de rechtbank daagt. Daardoor geraken de parketten overbelast, treedt er verjaring op en ontstaat er in feite een vorm van straffeloosheid.

In het nieuwe systeem worden de rollen als het ware omgekeerd: het parket mag blijven stilzitten en het is aan de overtreder om te handelen, zoniet zal men overgaan tot de gedwongen betaling van de boete. Daarbij is het wenselijk dat de afhandeling van de verkeersovertreding, na de vaststelling door de politie, zich in één en dezelfde hand bevindt onder toezicht van het parket, zowel voor de controle van de betaling als voor de invordering van de boete. Dat vereist een ingrijpende wijziging op het organisatorische en operationele vlak. De plannen liggen klaar, maar ze moeten nog de nodige politieke en budgettaire ondersteuning krijgen.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Misschien heeft het te maken met problemen binnen de politie, maar ik stel vast dat die bijna 1300 politiemensen voor het hele land niet volstaan om de drugscontrole op een goede manier te kunnen uitvoeren. Waarschijnlijk moet daar toch een tandje worden bijgestoken, maar dat is dan een opdracht voor de minister van Binnenlandse Zaken.

Anderzijds ben ik blij dat er nu een perfect instrument bestaat om de inning van geldboetes te vergemakkelijken. In deze assemblee, die op dat vlak duidelijk van een enige dynamiek getuigt, bespreken we op het ogenblik een wetsvoorstel over die inning. Ik hoop dat alle fracties het voorstel ter harte nemen om er mede politiek gestalte aan te geven.

Schriftelijke vraag:Voetbalwedstrijden – Stewards – Sancties – Kosten politie

Schriftelijke vraag nr. 5-856 van Guido De Padt (Open Vld) d.d. 27 januari 2011

aan de minister van Binnenlandse Zaken

Voetbalwedstrijden – Stewards – Sancties – Kosten politie

sportmanifestatie – voetbalvandalisme – openbare veiligheid – loonkosten – politie – statistiek

Vraag nr. 5-856 d.d. 27 januari 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, gewijzigd bij de wetten van 10 maart 2003, 27 december 2004 en 25 april 2007, moet de veiligheid in en rond het stadion verzekeren. De ” voetbalwet ” bevat regels voor zowel organisatoren als toeschouwers. De organisatoren (de clubs) verbinden zich ertoe om maatregelen te treffen om de veiligheid van toeschouwers te garanderen. De toeschouwers langs hun kant, mogen zich niet schuldig maken aan feiten die een wedstrijd kunnen verstoren. Overtredingen worden bestraft door middel van een administratieve sanctie door de Voetbalcel van de Federale Overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken.

Om de ordehandhaving te verbeteren en de veiligheid te verhogen is het inzetten van stewards een absolute noodzaak. De functie van de stewards werd wettelijk verankerd in de voetbalwet en het koninklijk besluit van 1999 betreffende de indienstneming van stewards. De wet omschrijft hen als zijnde personen die de toeschouwers ontvangen en begeleiden naar hun plaatsen. Hun takenpakket bestaat hoofdzakelijk uit het voeren van oppervlakkige controles, inspectie van het stadion en het controleren of de reglementen worden nageleefd.

Wanneer ” supporters ” zich misdragen hebben of geweld gebruikt hebben, riskeren ze een administratieve geldboete of een administratief stadionverbod van drie maanden tot vijf jaar.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Kan de geachte minister meedelen hoeveel gevallen van verbale of fysieke agressie of provocatie ten opzichte van stewards werden gerapporteerd, met een opsplitsing naar voetbalclub en dit voor de jaren 2007, 2008, 2009 en 2010?

2) Hoeveel bedraagt de politiefactuur voor het verzekeren van de veiligheid in en om de voetbalstadions in de Belgische 1e klasse in het jaar 2007, 2008, 2009 en 2010? Is zij van oordeel dat de ordediensten op een efficiënte manier worden ingezet?

3) Hoeveel mensen werden gesanctioneerd met een geldboete of stadionverbod, indien mogelijk met dezelfde opsplitsing als onder 1)?

4) Is zij van oordeel dat meer moet ingezet worden op kwaliteit dan op kwantiteit bij het inzetten van stewards?

Antwoord ontvangen op 5 april 2011 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

1. De Voetbalcel van de Federale Overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken houdt geen specifieke statistieken bij inzake verbale of fysieke agressie of provocatie ten opzichte van stewards noch nationaal, noch per club. Deze inbreuken vallen onder de algemene noemer van artikel 23 en 23bis van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (hierna: Voetbalwet). Jaarlijks gaat het om ongeveer 50 processen-verbaal, zonder dat er een opsplitsing kan worden gemaakt per club.

2. Deze cijfers worden bijgehouden per seizoen en niet per jaar. Daarenboven zou ik er willen op wijzen dat deze kosten geen vergelijking mogelijk maken tussen verschillende seizoenen, aangezien het ene seizoen niet vergelijkbaar is met het andere, bijvoorbeeld omwille van de competitiehervorming of een stijgend gemiddelde uurloon van de politie. In dat kader is het meer relevant de totaalinzet van de politie over de seizoenen heen te vergelijken.

Wat de kosten betreft, kan ik u het volgende meedelen:

  • seizoen 2006-2007: 4 374 433 euro

  • seizoen 2007-2008: 4 594 506 euro

  • seizoen 2008-2009: 4 533 076 euro

  • seizoen 2009-2010: 4 434 176 euro.

Ik ben ervan overtuigd dat er al enorme stappen voorwaarts gezet zijn in het meer efficiënt inzetten van de politiediensten naar aanleiding van voetbalwedstrijden. De politie-inzet is de afgelopen zeven seizoenen met circa 35 % gedaald. Het gaat hierbij om een proces dat uiteraard niet oneindig kan worden verder gezet, doch in sommige zones kan er duidelijk nog vooruitgang worden geboekt door een verdere omschakeling van een concept van ostentatief machtsvertoon naar een concept gebaseerd op dynamische risico-analyse en gastheerschap. Mijn diensten werken momenteel met de werkgroep dossierbeheerders voetbal van de lokale politie aan een omzendbrief hieromtrent, waarbij uiteraard niet wordt geraakt aan de exclusieve bevoegdheden van de burgemeester wat betreft openbare ordehandhaving.

3. Ik kan u volgende cijfers meedelen wat betreft de toepassing van de Voetbalwet door de Voetbalcel van de FOD Binnenlandse Zaken:

  • 2007: de sancties behelsden 1 282 stadionverboden en 578 050 euro geldboete. In 1 185 gevallen werd een stadionverbod en een geldboete opgelegd. In 97 gevallen werd enkel een stadionverbod opgelegd en in 31 gevallen enkel een geldboete;

  • 2008: de sancties behelsden 1 170 stadionverboden en 480 850 euro geldboete. In 1056 gevallen werd een stadionverbod en een geldboete opgelegd. In 114 gevallen werd enkel een stadionverbod opgelegd en in 47 gevallen enkel een geldboete;

  • 2009: de sancties behelsden 953 stadionverboden en 378 075 euro geldboete. In 854 gevallen werd een stadionverbod en een geldboete opgelegd. In 99 gevallen werd enkel een stadionverbod opgelegd en in 32 gevallen enkel een geldboete;

  • 2010: de sancties behelsden 1 217 stadionverboden en 447 700 euro geldboete. In 1 140 gevallen werd een stadionverbod en een geldboete opgelegd. In 77 gevallen werd enkel een stadionverbod opgelegd en in 40 gevallen enkel een geldboete;

Er worden geen cijfers bijgehouden afzonderlijk per club, aangezien dit een vertekenend beeld zou geven. Deze cijfers hangen immers af van de verbaliseringsbereidheid van elke afzonderlijke politiezone.

4. Ik zou er vooreerst willen op wijzen dat zowel de kwantiteit als de kwaliteit van belang is. Er moeten uiteraard voldoende stewards ingezet worden om de toegewezen taken naar behoren uit te voeren in het belang van de veiligheid van de toeschouwers, zoals het permanent bemannen van de evacuatiepoorten. Daarnaast is ook de nodige kwaliteit vereist, zeker daar waar het contact met de toeschouwer van groot belang is. Dit kadert in het beoogde concept van gastheerschap en klantvriendelijkheid.

Ik zou er vervolgens willen op wijzen dat de stewardwerking een verantwoordelijkheid is van de voetbalwereld zelf. Zij moeten zich snel bewust worden dat er zich een aantal problemen voordoen met de kwaliteit en de kwantiteit van de stewards, alsmede met de waardering die de clubbesturen hebben voor deze vrijwilligers. Uit een wetenschappelijke studie die in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken werd uitgevoerd, is gebleken dat nogal wat problemen zich niet zozeer voordoen op regelgevend vlak, doch eerder op het vlak van een gebrek aan respect vanwege supporters en clubleiders voor de functie van de steward. Het is aan de voetbalwereld om op de meeste van die punten een passend antwoord te geven.

Schriftelijke vraag nr 5-1642, d.d. 4 maart 2011, van de heer DE PADT Guido, Senator

 

 

Vorig jaar werden bijna 10 % meer snelheidsovertredingen in ons land beboet. Daarmee kan het totale aantal snelheidsinbreuken in 2010 hoger zijn dan 2,7 miljoen. In 2009 werden in België 2 481 691 snelheidsinbreuken geregistreerd. Ook dat was al een flinke stijging tegenover de voorgaande jaren. Het is echter ook belangrijk een beter inzicht te krijgen in de aard van de snelheidsovertredingen.

Hoogstwaarschijnlijk lopen sommige automobilisten ook meer dan een keer tegen de lamp. Maar ook heel wat vrachtwagenchauffeurs zullen wel eens te snel rijden. Hoogstwaarschijnlijk gaat het daarbij niet altijd om Belgen, maar ook om buitenlanders.

In ons land geldt bovendien ook een verbod voor vrachtwagens om in te halen, tenzij anders aangeduid.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen:

1) Beschikt u over de cijfers betreffend het totale aantal snelheidsovertredingen in ons land voor 2010, opgesplitst per gewest en per zone?

2) Kan u meedelen hoeveel extra flitspalen er in ons land werden geplaatst in de periode van 2007 tot 2010, opgesplitst per gewest?

3) Beschikt u over gegevens betreffende het aantal controles dat in diezelfde periode is uitgevoerd? Blijkt daaruit een stijgende trend?

4) Kan u meedelen op welke plaatsen en tijdstippen de overtredingen werden vastgesteld en door wie? Zijn het vooral te zware voeten op de snelwegen, of zitten ze op de gewestwegen? Is het een weekendverhaal of is het een verhaal van werkverkeer dat te hard rijdt? Is er een profiel van de overtreder? Is dat een jongere of is dat de zakenman met zijn leasingwagen?

5) Beschikt u over cijfergegevens voor de periode van 2007 tot 2010 betreffende het aantal recidive snelheidsovertredingen, opgesplitst per gewest en aard van de overtreding? Welke sancties werden opgelegd en / of uitgesproken voor deze recidive snelheidsovertreders? Hoeveel van deze recidive snelheidsovertreders hadden een buitenlandse nummerplaat en welke?

6) Beschikt u over cijfergegevens voor diezelfde periode betreffende het aan snelheidsovertredingen begaan door vrachtwagenchauffeurs? Hoeveel van deze vrachtwagenchauffeurs hadden een buitenlandse nummerplaat en dewelke?

7) Beschikt u over cijfers betreffen het aantal inbreuken tegen het inhaalverbod voor vrachtwagens in ons land? Hoeveel van deze inbreuken werden gepleegd door vrachtwagenchauffeurs met een buitenlandse nummerplaat en welke? Acht u het aangewezen het inhaalverbod op te geven?

 

In 2010 werd in België 2,7 miljoen snelheidsovertredingen vastgesteld. De gewestelijke verdeling voor 2009 is de volgende:

  • Vlaams Gewest: 1 875 509 overtredingen
  • Waals Gewest: 498 493 overtredingen
  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 107 707 overtredingen

Het totaal voor 2009 bedraagt 2 481 709 snelheidsovertredingen.

2.Op 31 december 2010 waren er 549 snelheidsmeters voor vaste installaties. De evolutie voor de drie laatste jaren is de volgende:

  • eind 2008: 330 snelheidsmeters;
  • eind 2009: 443 snelheidsmeters;
  • eind 2010: 549 snelheidsmeters.

Deze toestellen zijn geplaatst in flitspalen, waarvan er op 31 december 2010 1 815 in België stonden. Eind 2008 waren er dat 1 428 en eind 2009 1 605 (info Metrologie, Federale Overheidsdienst (FOD) Economie).

Regionaal gezien is de toestand de volgende:

  • Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beschikt momenteel over 90 flitspalen en 34 flitscamera’s. Het plaatsen van de flitspalen is geleidelijk aan gebeurd (34 flitspalen in 2005, 27 in 2006, 27 in 2007-2008 en 2 in 2009) (info Brussels Hoofdstedelijk Gewest).
  • In Wallonië beschikte men in 2010 over 20 automatische radars op autosnelwegen en 170 flitspalen op de Waalse gewest- en gemeentewegen.
  • In Vlaanderen waren er eind 2010 396 kruispunten uitgerust met roodlichtcamera’s, goed voor 921 flitspalen (een roodlichtcamera fungeert ook steeds als snelheidscamera). Daarenboven zijn er 303 flitspalen geplaatst, enkel bedoeld om de snelheid meten. Samen betreft het in Vlaanderen dus 1 224 flitspalen op 699 sites. In die 1 224 palen worden 410 camera’s gebruikt (info Vlaams Gewest).

3., 4., 6. & 7. De Directie van de operationele politionele informatie van de federale politie kan geen gegevens van het aantal politiecontroles ter beschikking stellen omdat ze die informatie van de politiezones niet systematisch ontvangen; een overzicht van de nationale situatie is daardoor niet beschikbaar.

5. Hiervoor verwijs ik naar de minister van Justitie aan wie deze vraag eveneens werd gericht.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

 

Antwoord op de parlementaire vraag nr. 5-157 van 20 september 2010 van de heer Guido De Padt, Senator

 

Betreft: Flitspalen – Efficiëntie – Werklast – Foutenmarge door de kleuren

 

Het geachte Lid kan hierna de antwoorden vinden op zijn vragen:

 

1. Gezien de omvang van de tabellen worden ze niet in het bulletin van Vragen en Antwoorden opgenomen maar liggen ze ter inzage bij de griffie van de kamer van Volksvertegenwoordigers (dienst Parlementaire Vragen).

 

2. De flitspalen worden zodanig in werking gesteld dat het lokale politiekorps in kwestie alle vastgestelde overtredingen kan verwerken. M.a.w. de flitspalen functioneren in functie van de verwerkingscapaciteit van de politie (die veelal mee bepaald wordt door de verwerkingscapaciteit van de Parketten.)

 

3. Enkel het Departemenet Economie (Minister van Ondernemen), dienst Metrologie beschikt over de gedecentraliseerde cijfers.

 

4. De plaatsing van flitspalen is afhankelijk van (recente) objectieve gegevens, soms ook van subjective gegevens (onveiligheidsgevoelens) en een succesvol overleg tussen wegbeheerder, bestuurlijke overheden (de gemeenten) en de politiediensten. Het is niet uitgesloten dat deze voorwaarden niet altijd optimaal zijn vervuld, wat bij één of meer partners tot frustratie kan leiden. Het spreekt vanzelf dat de enige oplossing dan is het overleg te intensifiëren om er samen uit te komen.

Voor het overige behoort deze vraag tot de bevoegdheid van de Gewesten.

 

5. Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van mijn Collega, de Staatssecretaris van Mobiliteit.

 

De Minister,

 

 

Annemie TURTELBOOM

Vraag om uitleg: de opmerkingen van het Rekenhof betreffende de NMBS

Vraag om uitleg van de heer Guido De Padt aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over «de opmerkingen van het Rekenhof betreffende de NMBS» (nr. 5-619)

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Het Rekenhof publiceerde tien jaar geleden een rapport getiteld “De goede besteding van rijksgelden door de NMBS”. In dat rapport wordt ook aandacht besteed aan de naleving van de wetgeving van de overheidsopdrachten door de NMBS. Het Rekenhof vroeg zich af of de procedures inzake goedkeuring en controle van de overheidsopdrachten, gegund in het raam van de taken van openbare dienst, redelijke zekerheid verschaffen dat de regelgeving werd gerespecteerd.

Volgens het Rekenhof gaf het controlesysteem, dat door de NMBS werd ontwikkeld, redelijke zekerheid dat de opdrachten die betrekking hebben op de uitvoering van de taken van openbare dienst de regelgeving respecteren. Er diende wel rekening gehouden te worden met enkele belangrijke overwegingen.

Het Rekenhof merkte op dat de binnen de NMBS gevolgde procedures steunden op de gecentraliseerde beheers- en regelmatigheidcontrole die de interne audit uitoefent, ofwel a priori naar aanleiding van de goedkeuring van de opdrachten boven één miljoen Belgische frank, ofwel a posteriori voor de minder belangrijke opdrachten. De centralisering van de betalingen in de eenheid “Accounting & Controlling” stelde die eenheid bovendien in staat om, vooraleer tot enige betaling werd overgegaan, een aanvullende en laatste controle te verrichten op de regelmatigheid van de opdrachten en de naleving van de interne procedures. Ook de regeringscommissaris en het college van commissarissen oefenden controle uit.

Die controles, die gebeurden buiten de eenheden die de opdrachten gunden, lieten volgens het Rekenhof toe een eenvormige toepassing van de regelgeving te verzekeren voor het geheel van de NMBS. Het Rekenhof meende echter ook dat een eenvormige toepassing van de regelgeving inzake overheidsopdrachten nog kon worden versterkt door een standaardisering in de voorstelling van de dossiers, door een betere coördinatie en door een regelmatige actualisering van de documentatie die ter beschikking wordt gesteld van de eenheden.

Nog volgens het Rekenhof konden de waarborgen die de procedures en controles boden maar voldoende worden geacht als de hiërarchische overheden en de controleorganen de zekerheid hadden dat de informatie die ze kregen correct en volledig was. De relatieve autonomie van de technische diensten voor de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten bekrachtigden die noodzaak.

In dat opzicht stelde het Rekenhof vast dat door het ontbreken van een gestructureerde database voor alle door de NMBS beheerde opdrachten, de controleorganen er zich niet konden van vergewissen dat alle dossiers werden doorgestuurd en daardoor hun onderzoeksmiddelen werden beperkt.

Bovendien konden onvolkomenheden in de samenstelling van de doorgestuurde dossiers leiden tot een tekort aan informatie van de controlerende overheid, waardoor die niet altijd de haar toebedeelde rol kon spelen. Die tekortkomingen betroffen inzonderheid de opstelling van het intern controledocument, de verantwoording van de behoeften door de technische diensten, de selectie van de firma’s die mogen meedingen, de technische vergelijking van de offertes, de prijzencontrole en de gemotiveerde gunningsbeslissing.

Het Rekenhof meende bijgevolg dat voor de volledige informatie van de hiërarchische overheid en van de controleorganen en om de administratieve dossiers te verbeteren een gecoördineerde database nodig was van alle door de NMBS gegunde opdrachten.

Ik heb dan ook volgende vragen.

Kan de minister meedelen of de aanbevelingen van het Rekenhof werden opgevolgd? Werd inmiddels aan de opmerkingen van het Rekenhof tegemoetgekomen? Zo ja, op welk wijze? Zo niet, waarom niet? Wenst de minister hier desgevallend een initiatief te nemen om aan de kritiek van het Rekenhof tegemoet te komen?

Kan de minister een overzicht geven voor de laatste vijf jaar van het aantal overheidsopdrachten dat de NMBS heeft toegekend, eventueel met vermelding van de opdracht, uitvoerder en kostprijs?

Beschikt de minister over informatie betreffende het aantal opdrachten die voorwerp zijn geweest van betwisting voor een rechtbank? Hoeveel procedures hebben geleid tot de vernietiging van de opdracht en op basis van welke gronden? Hoeveel schadevergoedingen heeft de NMBS in diezelfde periode betaald, onder andere aan onterecht afgewezen inschrijvers?

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. – De entiteiten Beheerscontrole van de drie vennootschappen van de NMBS-groep en de afdeling Gecentraliseerde controle van de opdrachten en overeenkomsten van de dienst Interne Audit van de NMBS-Holding besteden bijzondere aandacht aan de aanbevelingen van het Rekenhof, meer bepaald wat betreft het rechtvaardigen van de nood aan een opdracht, de gunningswijze en gunningscriteria van een opdracht, de selectiecriteria voor de firma’s, de gemotiveerde gunningsbeslissingen, om er maar een paar op te noemen.

Conform de beslissingen van de raden van bestuur van de NMBS-Holding, de NMBS en Infrabel controleert de dienst Interne Audit of de opdrachten en overeenkomsten overeenstemmen met de noden, de wettelijke verplichtingen, de delegatie en subdelegatie van bevoegdheden en de beslissingen van de beheersorganen. Voor alle contracten waarvan het bedrag hoger ligt dan de hierna vermelde bedragen wordt er een controle uitgevoerd op verschillende ogenblikken tijdens de procedure, zowel bij de gunningswijze als bij de gunning, bij een eventuele verlenging en/of bijkomende uitgaven. Die controle vindt plaats vooraleer een beslissing wordt genomen. De bedragen zijn 750.000 euro voor de opdrachten voor de aanneming van werken en 250.000 euro voor de opdrachten voor de aanneming van leveringen en diensten. Een controle is er ook als het bedrag aan bijkomende uitgaven hoger ligt dan 25% van het oorspronkelijke bedrag

Voor alle controles die worden uitgevoerd, wordt er door de dienst Interne Audit een verslag opgesteld met zijn bevindingen en aanbevelingen. Dat verslag wordt bezorgd aan de instantie die over de beslissingsbevoegdheid beschikt. Voor dossiers die niet onderworpen zijn aan een voorafgaande controle – als het gaat om kleinere bedragen dan de eerder genoemde – voert de dienst Interne Audit steekproefsgewijs controles uit.

In 2010 onderzocht de dienst Interne Audit in totaal 771 dossiers voor de drie vennootschappen van de NMBS-groep.

Met het oog op het verstrekken van een maximum aan informatie over de te volgen procedures voor opdrachten en overeenkomsten, heeft de dienst Interne Audit op zijn intrawebpagina een rubriek gemaakt die de medewerkers van de drie vennootschappen van de NMBS-groep kunnen raadplegen sinds begin 2010. Sinds 2009 biedt het opleidingscenter van de NMBS-groep alle betrokken medewerkers overigens een specifieke opleiding aan over overheidsopdrachten.

Onlangs bezorgde de NMBS-Holding mij, op mijn verzoek, een verslag dat het beheer- en controleproces van de opdrachten en overeenkomsten voor de aanneming van werken, leveringen en diensten beschrijft. Daarenboven worden er in het verslag ook voorstellen geformuleerd om de doeltreffendheid van het interne controlesysteem te verbeteren.

De beheer- en controleprocessen van de drie vennootschappen van de NMBS-groep zijn gelijkaardig. Tussen 2004 en 2009 werd dat proces beheerd met de informaticatoepassing Midas. Sinds 2010 gebeurt dat via ERP/SAP.

Aangezien het hier om lange lijsten gaat en sommige informatie niet publiek kan worden gemaakt om geen concurrentievervalsing te veroorzaken, kan ik deze lijst hier niet bezorgen. De lijsten zijn wel beschikbaar bij het college van commissarissen en het Rekenhof en het staat senator De Padt vrij ze daar te consulteren.

Een dossier van de NMBS was het voorwerp van een betwisting voor de rechtbank, namelijk het aankoopdossier van de Desiro-motorstellen. De firma Alstom had de procedure ingezet, maar de NMBS heeft uiteindelijk gelijk gekregen van de rechtbank. Er werden de jongste vijf jaar geen schadevergoedingen betaald.

De NMBS-Holding was de jongste vijf jaar betrokken partij in vijf procedures. Daarbij werd ze eenmaal veroordeeld in eerste aanleg tot het betalen van een schadevergoeding van 58.400 euro. In twee procedures voor de Raad van State werd afstand van instantie gedecreteerd – wat betekent dat een of meerdere partijen het initiatief nemen tot het beëindigen van de procedure – en twee procedures in eerste aanleg zijn nog hangende in afwachting van het einde van een procedure bij de Raad van State.

Infrabel was sinds 2005 betrokken partij bij zeven procedures. Daarvan zijn vier vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de Raad van State afgewezen. In twee van die procedures hebben de verzoekers ook een vordering tot vernietiging ingesteld die beide nog hangende zijn.

Daarnaast is een derde afzonderlijke vordering tot vernietiging ingesteld die eveneens nog hangende is. Ten slotte zijn nog twee procedures bij de rechtbank van koophandel van Hasselt en de rechtbank van eerste aanleg van Brussel afgelopen. Het hoger beroep voor beide is nog hangende.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – De minister zegt dat er in 2010 771 dossiers zijn onderzocht door de dienst Interne Audit. Wat is het gevolg van die onderzoeken?

Als de minister zou kunnen zeggen welke opmerkingen de dienst heeft geformuleerd bij de afgehandelde dossiers, dan zouden we weten of de wetgeving op de overheidsopdrachten door de diensten van de NMBS gekend is en wordt nageleefd. Ik zou die gegevens via een aparte vraag kunnen opvragen, maar als de minister ze me bezorgt, eventueel schriftelijk, dan vind ik dat uiteraard beter.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. – De diensten moeten hoe dan ook voor elk dossier een advies geven. Het zal dan ook geen probleem zijn van die dossiers een overzicht te maken en u dat te bezorgen, senator De Padt.