Senaat

“Half jaar na overlijden geen ziekenhuisfacturen meer sturen”

Open VLD senatoren Guido De Padt en Nele Lijnen hebben een wetsvoorstel ingediend waardoor medische kosten binnen de zes maanden na het overlijden moeten worden gefactureerd. Daarna kunnen geen facturen meer worden ingevorderd van nabestaanden.

 

 De praktijk leert dat nabestaanden regelmatig ettelijke maanden na een overlijden nog worden geconfronteerd met facturen, bijvoorbeeld van het ziekenhuis. Vooral bij een overleden 

kind, maar ook in andere gevallen, is het bijna onmenselijk om na zes maand nog te worden geconfronteerd met rekeningen’ aldus Guido De Padt. ‘Wij hebben daarom een wetsvoorstel uitgewerkt dat de facturatietermijn verkort van twee jaar tot zes

 maand. Het spreekt voor zich dat de verzorgingsverstrekker van dit overlijden op de hoogte moet zijn.’

De rechtsvordering van verzorgingsverstrekkers van door hen geleverde geneeskundige verstrekkingen verjaart vandaag na twee jaar te rekenen vanaf het einde van de maand waarin ze werden verstrekt. Dezelfde bepalingen gelden voor geneeskundige verstrekkingen geleverd door de verplegings- en verzorgingsinstellingen. ‘Dit betekent dat in de huidige situatie tot twee jaar na het overlijden van een persoon nog ziekenhuisfacturen voor doktershonoraria e.a. aan de nabestaanden kunnen worden opgestuurd’. ‘We moeten alles in het werk stellen om het leed van nabestaanden tot een minimum te beperken. Dat leed wordt ook veroorzaakt door het telkens ontvangen van “medische facturen. Vandaar ons wetgevend initiatief.’

Hun wetsvoorstel is geïnspireerd op het verhaal van Veerle Cosyns, Zij is psycholoog en begeleidt kinderen met kanker en hun gezin. Ook met de gezinnen die een overleden kind hebben, behoudt ze het contact. ‘Ouders die een kind verliezen gaan door een zeer moeilijk en langdurig proces van verdriet en pijn’ aldus Cosyns. ‘Naast het intense gemis, is het voor ouders een zware opdracht om te leven met de herinneringen aan de ziekte en het lijden dat hun kind heeft moeten doorstaan zonder het resultaat van genezing. Ouders vertellen me in deze gesprekken regelmatig hoe moeilijk het is om dan plots en onverwacht een ziekenhuisfactuur in de bus te vinden, zelfs nadat hun kind al meer dan een jaar dood is. Het is evident dat alles wat aan het ziekenhuis herinnert opnieuw veel pijn en emoties oproept. Vergeet niet dat het naar hun gevoel facturen zijn van een behandeling die uiteindelijk geen resultaat heeft gehad. Dat maakt het extra complex. Nogmaals, leren leven met het gemis aan iemand die je heel erg dierbaar is, is ontzettend moeilijk. Het is onze plicht om deze mensen te behoeden voor alles wat hun rouwproces nog zwaarder maakt. Tijdig factureren, binnen een realistische termijn, is daar een voorbeeld van.

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «het negatief advies van de Privacycommissie over de gemeentelijke administratieve sancties» (nr. 5‑877)

De heer Guido De Padt (Open Vld). –Gisteren en vandaag meldden de media dat de GAS-boetes juridisch niet helemaal waterdicht zouden zijn. De Privacy commissie waarschuwt de regering blijkbaar voor wettelijke problemen met die gemeentelijke administratieve sancties die gemeenten al jaren opleggen voor overlast. In een advies aan de regering wijst de commissie blijkbaar op manifeste gaten in de wet.

Ten eerste zouden de onderzoeksbevoegdheden van de sanctionerende ambtenaren onduidelijk zijn. Die worden geregeld via een rondzendbrief, terwijl ze in de GAS-wet zelf zouden moeten staan. De Privacycommissie stelt ook nog vragen bij de registers die gemeenten mogen bijhouden met de personen die een GAS-boete kregen en bij het vaststellen van herhaling.

Ten tweede wijst de Privacycommissie op de mogelijkheid van de sanctionerende ambtenaar om toegang te krijgen tot bepaalde overheidsdatabanken, zoals het Rijksregister en de Directie Inschrijving Voertuigen (DIV). Die toegang is via koninklijke besluiten geregeld, maar die volstaan volgens de Privacycommissie blijkbaar niet om die toegang mogelijk te maken voor GAS-boetes.

Ook het plaatsverbod zou slordig geregeld zijn. De concrete invulling kan immers van gemeente tot gemeente verschillen. Ten slotte zou de regering ook niet goed hebben nagedacht over de nieuwe boetes voor minderjarigen. Er zullen twee systemen naast elkaar bestaan met verschillende waarborgen voor de beboete minderjarigen, wat ongelijkheid veroorzaakt.

De Privacycommissie lijkt echter wel tevreden te zijn dat de regering met de nieuwe wetswijziging de GAS-wet niet alleen wil uitbreiden, maar ook verbeteren. Alleen zijn de wetteksten die ze daarover kreeg volgens haar nog niet waterdicht. Ze geeft daarom een gunstig advies onder de strikte voorwaarde dat acht punten worden aangepakt.

Kan de minister bevestigen dat de Privacycommissie in haar advies op enkele manifeste gaten in de wetgeving wijst en een overzicht van die hiaten geeft? Deelt ze het standpunt van de commissie dat de wetgeving op die punten niet waterdicht is?

Hoe zal de minister de wetgeving aanpassen om te voldoen aan de voorwaarden die de Privacycommissie stelt om een positief advies te kunnen geven? Wanneer zal ze in het parlement een wetsontwerp indienen?

Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. – Het advies van de Privacycommissie met betrekking tot het wetsontwerp op de gemeentelijke administratieve sancties was geen negatief advies, maar wel een gunstig advies met acht opmerkingen. Eén daarvan ging over eventuele overwegingen inzake de relatie tussen de administratieve sancties en het NERO-project.

De Privacycommissie wil onder meer verduidelijkingen over de verantwoordelijke ambtenaar in het geval het door mij voorgestelde register van de administratieve sancties meerdere gemeenten beslaat. Daaraan zal natuurlijk gevolg worden gegeven.

Overigens wordt ook verwezen naar het probleem van de onderzoeksbevoegdheid van de sanctionerende ambtenaar. Een eerste oplossing in dat verband is de toegang tot bepaalde openbare gegevensbanken. Dat probleem is dus al opgelost.

Ik heb met belangstelling kennis genomen van alle andere opmerkingen van de Privacycommissie en ik zal daarmee terdege rekening houden. Het dossier komt morgen ook aan bod in een werkgroep binnen de regering. In maart zal ik het wetsontwerp betreffende de gemeentelijke administratieve sancties bij het parlement indienen.

Controles van de lokale besturen door de belastingdiensten

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling over «de controles van de lokale besturen door de belastingdiensten» 

Sedert meer dan een jaar worden een aantal lokale besturen door de belastingdiensten gecontroleerd. De controle behelst onder meer de mogelijke belastbaarheid in de rechtspersonenbelasting van een aantal gemeentelijke inkomsten, zoals standgelden op markten en kermissen, concessievergoedingen, leenrechten in de bibliotheek en retributies voor de inname van het openbaar domein door de horeca. Volgens de interpretatie van de controleurs van de FOD Financiën zou op een aantal van die inkomsten roerende voorheffing zijn verschuldigd.

De Open Vld is zich bewust van de mogelijke negatieve financiële gevolgen van deze controles voor de lokale besturen.

Er is niet alleen het financiële aspect, met vaak advocatenkosten, maar ook de enorme hoeveelheid werk, en dat niet alleen voor de lokale besturen, maar ook voor de fiscus zelf. Het gaat toch al snel over enkele duizenden tot tienduizenden euro per bestuur. Voor mijn eigen stad Geraardsbergen gaat het bijvoorbeeld om 25.000 euro per jaar. De fiscus wil vijf jaar teruggaan. Dat betekent dat Geraardsbergen meer dan honderdduizend euro roerende voorheffing verschuldigd zou zijn.

De plaats en het voorwerp van de controles en de jaren dat de fiscus teruggaat worden vaak lukraak gekozen. Er zit daar geen lijn in.

Er wordt geprobeerd in het belang van alle partijen een algemeen geldende oplossing te vinden.

Lokale besturen trekken intussen hun plan en ze nemen contact op met de belastingdiensten met de vraag geduld te oefenen. In dat geval zijn ze echter afhankelijk van de goodwill van de fiscus. Als de belastingen niet vrijwillig worden betaald, kunnen inbeslagnames volgen.

Dat is een zeer slechte evolutie. Onze steden en gemeenten kunnen nu al nauwelijks het hoofd boven water houden.

Het getuigt ook van weinig respect dat de federale overheid via belastingen de middelen van de lokale entiteiten afroomt.

De lokale besturen vrezen dat tegen de door de fiscale administratie aangehaalde motivering niets valt in te brengen en dat enkel een wetgevend initiatief een antwoord kan bieden.

Bevestigt de minister dat heel wat lokale besturen de afgelopen tijd door de belastingdiensten werden gecontroleerd, met als resultaat dat op een aantal gemeentelijke inkomsten roerende voorheffing zou zijn verschuldigd? In hoeveel en in welke gemeenten is dat gebeurd en over welke bedragen gaat het?

Klopt het dat het afgelopen jaar naar een oplossing werd gezocht? Wat is de stand van zaken? Kan de minister bevestigen dat de administratie er ondertussen op aandringt de voorgestelde regeling te aanvaarden? Is de vrees van de lokale besturen terecht dat enkel een wetgevend initiatief soelaas kan brengen? Hoe ziet een dergelijke regeling er volgens de minister dan precies uit?

De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken. Bij de bespreking van mijn beleidsnota in het Parlement heb ik erop gewezen dat de administratie een redelijke zekerheid moet kunnen bieden dat iedereen – burgers zowel als bedrijven – zijn verplichtingen nakomt met volle eerbiediging van de geldende regel- en wetgeving. Dat geldt uiteraard ook voor de openbare besturen. Daarom heeft de administratie in de uitoefening van een van haar kerntaken ook bij de lokale besturen fiscale controles gedaan. De administratie kon helaas binnen de korte termijn sinds deze vraag is ingediend, niet de gevraagde cijfers ter beschikking stellen. Vanuit zijn eigen ervaring als minister zal collega De Padt ongetwijfeld begrijpen dat dergelijke gegevens best via een schriftelijke vraag worden opgevraagd.

Overigens kan ik over individuele gevallen geen informatie geven. In het algemeen spitsen de controles zich toe op de inkomsten van lokale besturen die fiscaal als roerend inkomen worden beschouwd en die bijgevolg aan de roerende voorheffing zijn onderworpen. De desbetreffende fiscale bepalingen zijn van openbare orde en moeten in principe restrictief worden geïnterpreteerd. Dat betekent dat de lokale besturen de schuldenaar zijn van deze roerende voorheffing.

Bij een fiscale controle moet natuurlijk altijd rekening worden gehouden met de specifieke feitelijke en juridische gegevens van elk geval afzonderlijk. Ook moet de administratie zich houden aan de circulaires en instructies die ter zake zijn opgemaakt.

Het wetgevende initiatief waar de heer De Padt naar vraagt, komt eigenlijk neer op een vrijstelling van de roerende voorheffing voor de lokale besturen. Dat zou een impact hebben op de federale begroting. Een dergelijke maatregel is ook niet opgenomen in het regeerakkoord, dat de basis vormt voor het overleg over de financiering van de verschillende bestuursniveaus. Het initiatief houdt tevens het risico in dat de evenwichten tussen de federale entiteiten die nu in het regeerakkoord zijn vastgelegd, op losse schroeven komen te staan. Daarom vind ik het momenteel niet opportuun om een initiatief in die zin te nemen.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Het is heel begrijpelijk dat openbare overheden net zo min als gewone burgers graag belastingen betalen.

In dit geval heeft de federale overheid de taak de goede onderlinge verhoudingen tussen de verschillende overheden te bewaken. We zouden dan ook mogen verwachten dat ze er rekening mee houdt dat de gemeentebesturen voor de federale overheid heel wat taken uitvoeren. Ik denk bijvoorbeeld aan de uitreiking van de identiteitskaarten. De federale overheid zou dan ook enige goodwill aan de dag mogen leggen.

We lezen alle dagen in de kranten dat de gemeentebesturen, die het dichtst bij de burger staan, het vandaag zeer moeilijk hebben. In Geraardsbergen, mijn eigen stad, zijn de controleurs de voorbije jaren nooit langsgekomen. Nu deden ze dat plots wel en staan wij voor een uitgave van meer dan 100.000 euro, in oude Belgische franken toch nog altijd vier miljoen.

 

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, en voor Staatshervorming over « Belgocontrol » (nr. 5 702)

De heer Guido De Padt (Open Vld). – In het regeerakkoord staat dat de regering ter gelegenheid van de onderhandelingen over de nieuwe beheersovereenkomst, en na de redenen voor het tekort van Belgocontrol te hebben onderzocht, het geheel van middelen zal bestuderen waardoor het bedrijf opnieuw een financieel evenwicht kan vinden. In dit verband zullen discussies worden gevoerd met alle betrokken actoren. Die zouden er toe kunnen leiden dat, met instemming van de regio’s, het samenwerkingsakkoord van 30 november 1989 wordt geüpdated.

Aan deze passage uit het regeerakkoord wordt best uitvoering gegeven. Zo niet stevent het overheidsbedrijf nogmaals af op het faillissement. Het vorige beheerscontract is nu ongeveer twee jaar verstreken. Intussen boekt het bedrijf jaarlijks grote verliezen. Die werden blijkbaar al twee keer door het bedrijf zelf met een lening gedekt. Tegen het voorjaar van 2013 zou een nieuwe lening nodig zijn, maar geen enkele bank zou nog bereid zijn die toe te staan zonder een staatswaarborg. Europa zou die staatswaarborg aan structureel verlieslatende bedrijven echter verbieden.

Belgocontrol verkeert niet alleen in financiële moeilijkheden. Het sociale klimaat is er ook al een tijdje grondig verziekt. Dat gaf al aanleiding tot stakingen van de luchtverkeersleiders.

Belgocontrol plant namelijk een ingrijpende reorganisatie van zijn diensten en een optimalisering van zijn personeelsbezetting. Samen met de vakbonden zou worden gezocht naar oplossingen voor alle medewerkers waarbij polyvalentie centraal zou staan en maximaal gebruik zou worden gemaakt van natuurlijke afvloeiingen. Die gesprekken zouden echter stil liggen.

Uit een audit van KPMG ten slotte, bleek ook dat de onderneming de voorbije jaren weinig inspanningen geleverd heeft om efficiënter te werken. Het rapport bleek niet mals voor het bedrijf.

Is de studie van de middelen van Belgocontrol inmiddels afgerond en welke aanbevelingen worden gegeven om het bedrijf opnieuw financieel gezond te maken? Maakt een aanpassing van de vermelde beheersovereenkomst daarvan deel uit en hoever staan de onderhandelingen met de regio’s op dat vlak? Met andere woorden, worden de financiële problemen binnenkort opgelost zodat het faillissement kan worden vermeden?

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitwerking van het masterplan, de onderhandelingen met de vakbonden en de opvolging van de aanbevelingen van de audit? Ziet het er, met andere woorden, naar uit dat ook de broodnodige interne reorganisatie binnenkort wordt doorgevoerd?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming. – Ik heb een zeer duidelijk zicht op de situatie van het overheidsbedrijf Belgocontrol en de wijze waarop de financiën zouden moeten worden aangezuiverd. Die operatie vergt een evenwichtige inspanning van alle betrokken actoren. Er moeten dus keuzes en afwegingen worden gemaakt op basis van zes criteria.

Ten eerste, binnen het bedrijf zelf, via een herstructurering van de organisatie en belangrijke besparingen op de werkingskosten.

Ten tweede, een verhoging van de vergoeding voor het overvliegende en-routeverkeer teneinde een betere return investment te bekomen.

Ten derde, een verhoging van de heffingen van de plaatselijke luchtnavigatiediensten op Brussel-Nationaal, die sinds 2003 niet meer werden aangepast.

Ten vierde, de heronderhandeling van het samenwerkingsakkoord van 30 november 1989 met betrekking tot de financiering van de prestatie van Belgocontrol in de regionale luchthavens.

Ten vijfde, de recuperatie door Belgocontrol van de kosten die zijn verbonden aan vrijgestelde vluchten, namelijk militaire vluchten en vluchten van staatshoofden. Die zijn op dit moment vrijgesteld van enige vergoeding.

Ten zesde, het behoud van de ontvangst door Belgocontrol van de internal tax van Eurocontrol.

Door die verschillende criteria op te nemen kan redelijkerwijze worden aangenomen dat Belgocontrol in 2013 een financieel evenwicht kan bereiken. Er zullen met betrekking tot de zes vermelde criteria op proportionele wijze inspanningen moeten worden gedaan.

De onderhandelingen over de nieuwe beheersovereenkomst, het masterplan voor het personeel van Belgocontrol en de audit met betrekking tot de interne werking van dit autonome overheidsbedrijf moeten door de nieuwe leidinggevende ploeg worden opgestart. Ik wil die nieuwe ploeg zo snel mogelijk aanstellen zodat Belgocontrol zijn toekomstige managementplan kan evalueren.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – De staatssecretaris heeft de oorzaken van de problemen binnen Belgocontrol heel goed en gedetailleerd toegelicht. Het blijft uiteraard wachten op de concrete resultaten van de conclusies die aan die oorzaken worden verbonden.

Het structurele bedrijfsverlies bij Belgocontrol bedraagt momenteel 33 miljoen. Dat is een pak geld. Er zijn het masterplan en een studie van KPMG. Ik denk dat iedereen op concrete resultaten wacht, ook binnen Belgocontrol zelf, want het gaat tenslotte om de werkzekerheid van veel mensen.

Ook zal met Europa worden gepraat. Nu is elke vorm van subsidies voor Belgocontrol verboden.

Ook met de gewesten zal een hartig woordje moeten worden gepraat. Die zijn momenteel in principe jaarlijks 20 miljoen verschuldigd, maar ze betalen dat bedrag niet. Dat is een van de redenen voor het bedrijfsverlies van Belgocontrol, dat 33 miljoen per jaar bedraagt.

Zesde minder verkeerszaken.

In drie jaar tijd daalde het aantal verkeerszaken bij de parketten in ons land met één zesde. Dit was het geval voor het aantal zaken waarin geldboeten werden opgelegd en een gevangenisstraf uitgesproken. Het aantal onmiddellijk intrekkingen daalde in de periode 2008 tot 2010 bijna niet, amper twee procent. Het aantal vervallenverklaringen van het rijbewijs daalde dan weer met bijna een derde, of 30% om precies te zijn. Hoeveel verkeersovertreders vrijuit gingen vanwege het verstrijken van de verjaringstermijn weten we niet. Alhoewel het optrekken van de verjaringstermijn een goede maatregel kan zijn, moeten we vooral streven naar een efficiëntere inning van de boetes. Ook de effectiviteit moet de hoogte in. Dit alles blijkt uit het antwoord van de minister van Justitie, Annemie Turtelboom (Open Vld), op een parlementaire vraag van senator Guido De Padt (Open Vld).

Terwijl de parketten in ons land in 2008 nog 238 698 zaken behandelden waarbij een geldboete werd opgelegd, steeg dit bedrag tot 239 115 een jaar later. In 2010 daalde het aantal zaken tot 199 249. Over de drie jaar is dit een daling van 17 procent. Het aantal zaken waarbij een gevangenisstraf werd uitgesproken naar aanleiding van een verkeersovertreding bedroeg in 2008 3734. Het jaar nadien was dit 3673, om in 2010 te dalen tot 3124. Ook hier is sprake van een daling met 17 procent. Het aantal onmiddellijke intrekkingen van het rijbewijs evolueerde in dezelfde periode van 28 743 in 2008, over 29 637 in 2009, tot 28 084 in 2010. Terwijl er eerst sprake is van een stijging van het aantal intrekkingen met 3 procent, noteerden we daarna een daling van 5 procent. Over de volledige periode spreken we van een daling van 2 procent. De opmerkelijkste daling zagen we echter bij het aantal vervallenverklaringen van het rijbewijs. Terwijl het in 2008 om 23 925 zaken ging, daalde dit tot 22 664 een jaar later en verder tot 16 882 in 2010. Dat betekende een daling van 30 procent. ‘Alle zaken inbegrepen daalde de werklast voor de parketten dus met één zesde’ merkt Guido De Padt op.

Op de vraag hoeveel overtreders er vrijuit gingen wegens de verjaring van de verkeersinbreuk, moet de minister het antwoord schuldig blijven. Daarover beschikken we blijkbaar niet over cijfermateriaal. Volgens de minister van Justitie, Annemie Turtelboom, kan het optrekken van de verjaringstermijn een goede maatregel zijn. We moeten echter vooral streven naar een efficiëntere inning van de verkeersboetes. Daarvoor is samenwerking met de minister van Financiën noodzakelijk. In overleg met de minister van Financiën moet ook een doeltreffendere inning van de verkeersboetes worden overwogen. ‘Het is jammer dat we niet weten hoeveel overtreders dus vrijuit gingen wegens het overschrijden van de verjaringstermijn’ stelt Guido De Padt. ‘Het optrekken van de verjaringstermijn kan deze problematiek misschien wel oplossen. Maar dat is inderdaad niet de beste oplossing, integendeel. Er moet voor worden gezorgd dat de overtredingen binnen de verjaringstermijn kunnen worden afgehandeld door de parketten. Een efficiëntere afhandeling is dan ook de beste oplossing. Een straf wordt namelijk best zo kort mogelijk na de inbreuk uitgesproken. Digitalisering, informatisering en automatische afhandeling van verkeersinbreuken zijn de beste remedie. Daarvoor moet inderdaad worden samengewerkt met de minister van Financiën. Ik roep beide ministers dan ook op om zo snel mogelijk te gaan samen zitten om een snelle afhandeling van verkeersinbreuken mogelijk te maken’ aldus De Padt.

Guido De Padt (0475/44 94 04).

Mondelinge vraag: de evaluatie van het protocol over de uitoefening van het stakingsrecht binnen de NMBS Groep

Belgische Senaat

Gewone Zitting 2011‑2012

Plenaire vergaderingen

Donderdag 10 mei 2012

Namiddagvergadering

Voorlopig verslag

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking over «de evaluatie van het protocol over de uitoefening van het stakingsrecht binnen de NMBS Groep» (nr. 5‑544)

De heer Guido De Padt (Open Vld). – De onaangekondigde treinstakingen van december 2011 en januari 2012 hebben aangetoond dat het protocol van juni 2008 over de uitoefening van het stakingsrecht in de NMBS Groep niet steeds wordt nageleefd. Volgens dat protocol wordt elke werkonderbreking die niet aan de voorwaarden van aanzegging en overleg voldoet, als een onregelmatige afwezigheid beschouwd, met mogelijke tuchtsancties voor de betrokken werknemers tot gevolg.

Volgens het regeerakkoord zal de regering “het sturingscomité van de NMBS Groep vragen om de bestaande protocollen tussen de overheid en de vakbonden met betrekking tot de uitoefening van het stakingsrecht te evalueren. In geval van een negatieve evaluatie zal de regering strengere maatregelen overwegen om de continuïteit van de openbare dienst met respect voor de veiligheidsvereisten te verzekeren”.

Op 25 januari 2012 heeft de minister in de commissie voor de Infrastructuur van de Kamer verklaard dat hij “daarover een brief geschreven heeft aan de voorzitter van de stuurgroep en hem heeft gevraagd om snel de evaluatie op te starten en om een planning te bezorgen”.

In dat kader heb ik volgende twee vragen.

Erkent de minister dat de wilde stakingen die er sinds juni 2008 in de NMBS Groep zijn geweest, aantonen dat het protocol niet altijd wordt nageleefd? Hoe vaak werd dit protocol sinds 2008 precies geschonden?

Hoever staat het sturingscomité met de evaluatie van het protocol over de uitoefening van het stakingsrecht binnen de NMBS Groep? Welke strengere maatregelen overweegt de regering om de continuïteit van de openbare dienst te verzekeren indien de evaluatie negatief is?

De heer Paul Magnette, minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. – In januari 2012 heb ik de voorzitter van het sturingscomité een brief geschreven en hem gevraagd de evaluatie snel op te starten. Sinds begin januari is de evaluatie van het akkoord dus het voorwerp van intens overleg in het sturingscomité, de nationale paritaire subcommissie en de nationale paritaire commissie.

De werkonderbrekingen die er sinds 2008 in de NMBS Groep zijn geweest, werden grondig geanalyseerd. Uit die analyse blijkt dat het protocol in grote lijnen werd gerespecteerd. In sommige gevallen zijn er inderdaad betwistbare situaties.

De voorzitter heeft in de vergadering van de nationale paritaire commissie van 7 mei een finaal ontwerp van een nieuw protocol in verband met werkonderbrekingen voorgelegd. De vertegenwoordigers van de vakorganisaties zullen het ontwerp aan hun instanties voorleggen zodat ze zich tegen het einde van de maand mei kunnen uitspreken in een nieuwe vergadering van de nationale paritaire commissie.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Ik dank de minister voor zijn antwoord en kijk uiteraard benieuwd uit naar wat het tweede protocol zal inhouden.

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de minister van Justitie over «het uitwijzen van een illegale crimineel» (nr. 5 484)

Belgische Senaat

Gewone Zitting 2011‑2012

Plenaire vergaderingen

Donderdag 29 maart 2012

Namiddagvergadering

Voorlopig verslag

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Half februari kwam een vrouwelijke senator tussen bij een gedwongen uitwijzing, zodat de repatriëring werd afgeblazen. Ik ga me niet uitspreken over de vraag of die tussenkomst opportuun was. Van een gewone burger wordt dit alvast niet gedoogd. Als politici moeten we op dit vlak ook heel terughoudend optreden.

Ik wil het nu hebben over de maatschappelijke problemen bij de uitwijzing van criminelen. De man wiens uitwijzing onmogelijk werd gemaakt, blijkt nu al zestien jaar illegaal in ons land te verblijven. Tijdens deze periode werd hij tweeënveertig keer opgepakt voor verschillende feiten: zware diefstallen, heling, drugsfeiten, brandstichting en wapenbezit. We spreken met andere woorden over een hardleerse crimineel met een stevig palmares. De betrokken man is afkomstig van de Marokkaans-Algerijnse grensstreek en gebruikte beide nationaliteiten om keer op keer verwarring te stichten en door de mazen van het net te glippen. Hij belandde meermaals in de gevangenis, maar wist te ontsnappen. Zijn weerspannigheid op het vliegtuig loonde ook. Wie voldoende kabaal maakt en alleen met geweld te bedwingen valt, wordt blijkbaar van boord gehaald.

Het regeerakkoord vermeldt dat de burger recht heeft op veiligheid en een snelle en efficiënte justitie. Dat zijn twee van de belangrijkste taken van de staat. Maar de burger krijgt al te vaak te maken met een justitie die hij/zij niet begrijpt. Het hierboven beschreven verhaal is daar een voorbeeld van. Daarom moeten we justitie grondig hervormen.

We hebben nood aan een doeltreffend, eerlijk en evenredig strafrecht. De veiligheid van de burgers kan immers niet worden gewaarborgd zonder een doeltreffende justitie die voor elke overtreding een juist en adequaat antwoord biedt. De samenhang van de strafrechtsketen moet daarom worden versterkt, vanaf het plegen van het delict tot de uitvoering van de straf. Eenmaal opgelegd, moeten straffen ook effectief en coherent worden uitgevoerd.

Volgens het regeerakkoord zouden bilaterale akkoorden worden gesloten en uitgevoerd om ervoor te zorgen dat vreemdelingen hun straf in hun thuisland kunnen uitzitten, om er zo spoedig mogelijk hun re-integratie te kunnen voorbereiden. Vreemdelingen die hier illegaal verblijven, zouden aan het einde van hun straf onmiddellijk ter beschikking van de dienst Vreemdelingenzaken worden gesteld, met het oog op hun uitzetting in het kader van de Europese terugkeerrichtlijn.

Is de eerste minister het ermee eens dat dit verhaal onbegrijpelijk is voor de burger? Tonen dergelijke situaties dan niet aan dat justitie dringend moet worden hervormd?

Hoever staan we met de uitvoering van de bilaterale akkoorden met Marokko die het mogelijk moeten maken dat illegale criminelen hun straf in hun thuisland uitzitten of, na het uitzitten van hun straf naar het land van herkomst moeten worden teruggestuurd?

De heer Elio Di Rupo, eerste minister. – Het standpunt van de regering over asiel en migratie is zeer duidelijk: het migratiebeleid dient meer ondersteund te worden. Het moet zowel menselijk als strikt zijn. Op menselijk vlak waarborgt België, overeenkomstig de Conventie van Genève van de Verenigde Naties, het asielrecht voor personen die in hun land worden vervolgd, bijvoorbeeld wegens hun politieke overtuiging. Het migratiebeleid moet ook strikt zijn. Zoals ik gisteren al heb gezegd, moeten personen die niet over een wettelijke verblijfsvergunning beschikken en die geen mogelijkheid hebben om dergelijke vergunning te verkrijgen, worden uitgewezen. Daar bestaat geen twijfel over.

Volgens het regeerakkoord krijgt de vrijwillige terugkeer de prioriteit. Als dat niet mogelijk blijkt, wordt de gedwongen terugkeer uitgevoerd, mits naleving van de rechten van de betrokkene. In tegenstelling tot wat sommigen doen geloven, wordt dit onderdeel van het regeerakkoord dagelijks uitgevoerd. Dagelijks worden personen zonder wettelijk verblijf uitgewezen uit ons land. Ter informatie: in 2011 werden 10.600 personen zonder wettelijk verblijf van het grondgebied verwijderd, waarvan 3.700 via gedwongen repatriëring, 3000 via uitdrijving en 3900 via vrijwillige terugkeer. De eerste twee maanden van 2012 waren er 1.775 verwijderingen, waaronder 600 via gedwongen repatriëring, 300 via terugdrijving en 800 via vrijwillige terugkeer. Dat is de realiteit in ons land.

Volgens de informatie waarover ik beschik,werd op 14 februari een procedure van gedwongen verwijdering uitgevoerd door de federale politiediensten. De persoon in kwestie werd op een commerciële lijnvlucht met bestemming Casablanca gezet. De diensten van de minister van Binnenlandse Zaken, die bevoegd is voor deze zaak, hebben mij meegedeeld dat de betrokkene, na in het vliegtuig te zijn gestapt, zich verzette tegen zijn uitwijzing. Naar aanleiding van de oproer die de betrokkene veroorzaakte en de reactie van sommige passagiers aan boord van het vliegtuig, heeft de gezagvoerder dan gevraagd de betrokkene te laten uitstappen, zodat het vliegtuig in de vereiste veiligheidsomstandigheden kon opstijgen. De persoon in kwestie is op dit ogenblik opgenomen in een gesloten centrum.

De Belgische regering kan geen beroep doen op niet-commerciële vluchten voor dergelijke uitwijzingen aangezien Marokko daar momenteel geen toestemming voor geeft.

Ik heb de minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, die ter zake bevoegd zijn, gevraagd de nodige maatregelen te nemen om de uitwijzingsprocedures van misdadigers die illegaal in het land verblijven, te versnellen, in overeenstemming met het regeerakkoord. Die personen zullen en moeten worden uitgewezen onder gepaste veiligheidsomstandigheden.

De dienst Vreemdelingenzaken werkt aan een betere organisatie van de terugkeer van illegalen die een gevaar betekenen voor de openbare orde.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Ik dank de eerste minister omdat hij zich de moeite heeft getroost om over deze problematiek de nodige uitleg en een antwoord te verschaffen. Het wijst er natuurlijk op dat ook de regering wellicht wat geschrokken is door die feiten.

Uit het antwoord leid ik ook af dat de regering van plan is echt aandacht te besteden aan de grote criminelen die hier illegaal verblijven en ervoor te zorgen dat ze binnen de kortste keren worden gerepatrieerd. Het is goed dat het parlement dat nauwkeurig opvolgt.

Mondelinge vraag: de kwaliteit van het internationaal paspoort

5‑47

Belgische Senaat – Gewone Zitting 2011‑2012 – Plenaire vergaderingen – Donderdag 9 februari 2012

Namiddagvergadering – Voorlopig verslag

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over «de kwaliteit van het internationaal paspoort» (nr. 5‑405)

De voorzitster. – Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand, KMO’s, Zelfstandigen en Landbouw, antwoordt.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Begin dit jaar werd ik geconfronteerd met een burger die mij informeerde over het feit dat de transparante pagina van zijn internationaal paspoort beschadigd was. Voor zijn nieuw paspoort is hij overigens tweemaal naar het stadhuis moeten gaan. Bij een vervanging is het nieuwe paspoort gratis.

Wanneer de burger in kwestie zijn nieuw paspoort kreeg, bleek dat de resttermijn van zijn vorig paspoort was overgenomen op het nieuwe paspoort. Toen ik daarover om uitleg vroeg bij de administratie werd mij gezegd dat er tot eind 2011 een regeling bestond waarbij voor de vervanging van een beschadigd paspoort, het nieuwe paspoort voor vijf jaar geldig was, maar dat sedert begin 2012 alleen de resterende geldigheidsduur van het beschadigde paspoort wordt overgenomen.

Ik vind dat de overheid de burgers op een burgervriendelijke manier moet behandelen en de werkwijze moet toepassen die tot eind 2011 gold.

Ik neem aan dat de minister over cijfers beschikt van het aantal beschadigde paspoorten die vóór einde 2011 vervangen werden en waarvoor een nieuwe geldigheidstermijn van vijf jaar werd toegekend? Hoeveel beschadigde paspoorten worden per jaar ingeleverd? Wat mag de burger in de toekomst verwachten in verband met de geldigheidsduur? Wat is de mening van de minister daarover?

De FOD Buitenlandse Zaken zegt dat een vervanging waarbij de oorspronkelijke geldigheidstermijn wordt overgenomen, beter overstemt met de regel dat de vervanging gratis is. Ik begrijp dat niet goed, maar misschien kan de minister daarover meer uitleg geven.

Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand, KMO’s, Zelfstandigen en Landbouw. – Buitenlandse Zaken is er sinds het voorjaar van 2009 van op de hoogte dat het doorzichtig tussenblaadje in een serie paspoorten geproduceerd tussen begin 2008 en begin 2009, af en toe los raakt wanneer het paspoort zeer intensief gebruikt wordt. Van die reeks werden tot eind 2011 1,45% of 6209 op 426.170 geproduceerde paspoorten gratis vervangen. Tot eind december 2011 kregen die vervangpaspoorten een nieuwe geldigheidsduur van vijf jaar, daarna werden ze vervangen met overname van de oorspronkelijke geldigheidsduur.

Het is niet mogelijk te voorspellen hoeveel paspoorten in de toekomst nog zullen worden vervangen. In januari 2012 werden er 388 vervangen, maar de maandelijkse cijfers kunnen sterk schommelen.

Sinds einde december 2011 wordt de oorspronkelijke geldigheidsduur overgenomen, omdat, zeker na de persberichten van eind vorig jaar, in de praktijk verschillende gevallen van misbruik werden vastgesteld. Op basis van aanbevelingen op bepaalde dubieuze websites scheuren sommige burgers doelbewust het doorzichtige tussenblad uit hun paspoort, in veel gevallen net vóór de vervaldatum van hun oude paspoort, met de bedoeling gratis een nieuw vervangpaspoort te krijgen.

Het is niet waar dat de producent voordeel haalt uit het aanmaken van de vervangpaspoorten, aangezien hij ze gratis produceert en ze dus niet mag factureren aan de FOD Buitenlandse Zaken.

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Ik betreur dat de mensen die goed handelen moeten opdraaien voor wie bewust in de fout gaat.

Het is zo dat de producenten wel belang hebben bij de nieuwe regeling. De geldigheidsduur van vervangen paspoorten wordt immers korter dan voorheen. Ik neem akte van het standpunt van de minister maar heb daar toch vragen bij.

Mondelinge vraag over de stakinsaanzegging van de metropolitie in Brussel

Mondelinge vraag van de heer Bart Laeremans aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de metropolitie in Brussel» (nr. 5‑284)

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de stakingsaanzegging van de metropolitie in Brussel» (nr. 5‑293)

De voorzitster. – Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)

De heer Bart Laeremans (VB). – De metropolitie van Brussel heeft een langdurige staking aangekondigd voor begin december, die naar verluidt veertien dagen zal duren. Blijkbaar wordt al lang niet geluisterd naar de – terechte – verzuchtingen van die mensen. Ondanks beloften in het verleden, onder meer na de moord op Joe Van Holsbeeck in het Centraal Station, werd de personeelsformatie niet uitgebreid. De bestaande personeelsformatie wordt evenmin ingevuld, men kan zelfs spreken van een leegloop.

Hierdoor kan het meest elementaire werk niet meer worden ingevuld. Processen-verbaal blijven maandenlang liggen. De politie holt van het ene naar het andere zware incident – afgelopen weekend nog een hele reeks – en voert een soort brandweerpolitiek zonder enig afschrikkingseffect bij de criminelen, die zich aan van alles te buiten gaan.

In vergelijking met de lokale politie wordt het werk bij de spoorwegpolitie duidelijk lager verloond. Een verschil van zo’n 300 euro netto per maand. Er is onder andere geen Brusselpremie en er kunnen geen betaalde overuren worden gepresteerd. Hierdoor is de spoorwegpolitie veel minder aantrekkelijk en geven vele agenten hun ontslag. Door de onveiligheid in de metro is het risico op letsels voor metroagenten aantoonbaar veel hoger dan bij de lokale politie. Men moet tegenwoordig over een flinke dosis altruïsme en moed beschikken om daar nog te willen starten.

Er is ten slotte ook een operationeel probleem door de locatie waar de metropolitie gehuisvest is, met name in de kazerne van Etterbeek. Hierdoor wordt de interventietijd aanzienlijk vertraagd. Men spreekt van een gemiddeld tijdverlies van 20 tot 25 minuten. Het zou veel logischer zijn dat ze gehuisvest zou worden nabij het Zuidstation. Men spreekt van het Blérotgebouw, maar blijkbaar bestaat daarover onenigheid binnen de regering.

Ik lees in De Standaard dat de minister op 30 november met de vakbonden zal overleggen. Tot dan is de minister blijkbaar niet bereikbaar voor commentaar. Ik meen dat zij niettemin in het parlement mag antwoorden op vragen of er minstens mag naar luisteren.

Wat onderneemt de minister om de personeelsformatie van de spoorwegpolitie en in het bijzonder van de metropolitie uit te breiden en in te vullen? Op welke wijze wil de minister het beroep van deze mensen aantrekkelijker maken, zowel qua verloning, beveiliging als qua huisvesting?

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Zoals aangegeven door de heer Laeremans zal de Brusselse metropolitie staken tussen 1 en 14 december. Dat is een vrij lange periode. De redenen zijn het personeelstekort, de toenemende agressie op de metro, problemen met het Astrid-netwerk en het absenteïsme. MIVB-voorzitster Adelheid Byttebier heeft daar begrip voor. Volgens haar levert ook de MIVB bijzondere inspanningen om de veiligheid te vergroten, maar is de slagkracht van de maatschappij beperkt, en ze stelt dat de federale overheid aan zet is om de criminaliteit in de Brusselse metro aan te pakken.

Uit het antwoord op een schriftelijke vraag van mij bleek al dat er iedere dag gemiddeld 25 criminele feiten plaatsvinden in de Brusselse spoorweg- en metrostations. De metro neemt daarvan een derde voor zijn rekening, wat neerkomt op acht geregistreerde feiten per dag. In haar antwoord liet de minister ook weten dat er werd gezocht naar een locatie om de politie van de spoorwegen en de metro onder te brengen in één gebouw in de buurt van het Brusselse Zuidstation. De spoorwegpolitie kan volgens haar ook rekenen op 65 extra personeelsleden om de veiligheid in onze hoofdstad te garanderen.

Het moge duidelijk zijn dat die extra manschappen geen overbodige luxe zijn. Een centraal commissariaat kan een optimale aansturing van het personeel bevorderen en moet efficiënt beheer van mensen en middelen mogelijk maken, in het voordeel van de burger en de veiligheid.

Ondanks de enorme besparingsoperatie die ons te wachten staat en de noodzaak van een slankere overheid, mag niet zomaar worden bespaard op de veiligheid van de burger in onze hoofdstad.

Tijdens de lopende regeringsonderhandelingen bereikten de onderhandelaars blijkbaar een Brusselakkoord waarin een en ander zou staan over de veiligheid. De Brusselse minister-president zou voortaan een Globaal Gewestelijk Veiligheidsplan (GGV) opmaken in samenspraak met de Brusselse regering. Op die manier krijgt ook het Brussels parlement zijn zeg in het Brussels veiligheidsbeleid. Dat is volkomen nieuw. Tot nog toe konden de gemeenten en de politiezones blijkbaar elk hun eigen weg gaan.

In welke mate heeft de minister begrip voor de grieven van de metropolitie en voor de stakingsaanzegging? Kan zij haar standpunt duiden, onder meer op basis van de meest recente cijfers over de criminaliteit in de Brusselse metro en de maatregelen die genomen zijn om de problemen aan te pakken?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. – De metropolitie wordt geconfronteerd met drie uitdagingen: een tekort aan effectieven, een infrastructuurprobleem en een communicatieprobleem. Al die punten krijgen mijn aandacht en we zoeken voor alles een oplossing.

Wat het aantal effectieven betreft, blijven we continu inspanningen doen om dat aantal verder te verhogen. Zo stellen we op het ogenblik 29 afgedeelde personeelsleden ter beschikking van de Brusselse metropolitie. Daarnaast werden 24 betrekkingen vacant verklaard in het kader van de lopende mobiliteitsprocedure. In december studeren opnieuw een heel aantal agenten af, van wie een deel kan terechtkomen bij de metrobrigade.

Een tweede probleem is de huisvesting. Aangezien de kazerne in Etterbeek ligt, zijn de verplaatsingstijden tussen kantoor en arbeidsplaats te lang. Dat is niet goed voor de operationaliteit van de metrobrigade en zorgt ervoor dat nieuwe rekruten minder geneigd zijn om voor de metrobrigade te kiezen. Wanneer we het infrastructuurprobleem oplossen, zullen we het aantal effectieven en de aanwezigheid van de politie in de metro zien stijgen en zal ook het welzijn van de agenten van de metrobrigade toenemen. Daarom heb ik deze week opnieuw het initiatief genomen om het overleg over de realisatie van de huisvestiging van de Brusselse metrobrigade in de nabijheid van het Zuidstation, meer bepaald in de Blérotstraat, te intensifiëren. Daar wil ik snel resultaat zien. Dat betekent dat de aanpassingwerken in de Blérotstraat uiterlijk eind februari 2012 van start gaan. Aangezien dat tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken behoort, moet ik samenwerken met de Regie der Gebouwen en de FOD WASO, die een verdieping zou huren. Ik heb de contacten met die diensten deze week dus opnieuw geïntensifieerd.

Wat de communicatie betreft, is er het aspect van de radioverbinding. Concreet onderzoekt Astrid momenteel hoe vijf sites technisch nog beter kunnen worden bediend.

De goede werking van de metrobrigade is een prioriteit voor mij, maar ook voor de federale politie. Ik verwacht dat de federale politie de maatregelen treft die nodig zijn om de capaciteit van de metrobrigade te versterken en organisatorische maatregelen neemt, die de inzet van het personeel en de uitvoering van de taken optimaliseren. Daartoe behoort onder meer het overleg met de verantwoordelijken voor de veiligheids- en preventiemedewerkers van de MIVB, dat maandelijks plaats heeft op initiatief van de Dirco Brussel.

Ondertussen is in juni 2011 ook een strategisch overleg gestart tussen de verantwoordelijke van de directie Spoorwegpolitie van de federale politie, waaronder de metrobrigade valt, en de verantwoordelijke van de dienst Veiligheid van de MIVB. Dat overleg is bedoeld om een protocol te sluiten waarin de concrete afspraken over de samenwerkingsmodaliteiten tussen beide organisaties worden vastgelegd.

Op operationeel vlak vinden er trouwens geregeld veiligheidsacties plaats waaraan, naast de leden van de metrobrigade, ook de veiligheidsagenten van de MIVB deelnemen.

Wat de criminaliteit in de Brusselse metrostations betreft, werden in 2007 3336 feiten geregistreerd. In 2008 en 2009 daalde het aantal feiten tot 3087 en 2796. In 2010 was er opnieuw een stijging tot 3155 feiten. Voor het jaar 2011 zijn nog geen officiële cijfers beschikbaar. Volgens de schattingen zijn de cijfers vergelijkbaar met die voor 2010.

De criminaliteitsvorm die het meest frequent wordt vastgesteld in de Brusselse metro en op het spoorwegnet is diefstal, met 69% van de feiten. Daarnaast worden vooral geweldsfeiten (5%), drugsfeiten (3%) en verboden wapendracht (1%) geregistreerd.

Ten slotte kan ik meedelen dat op 30 november een overleg is gepland met de vakbonden.

De heer Bart Laeremans (VB). – Het antwoord voldoet mij niet. De minister geeft een aantal volgens haar hoopgevende signalen, zoals het feit dat in december een aantal mensen zal afstuderen. Dat is valse hoop want we lezen dat personen die bij de metropolitie beginnen daar zo snel mogelijk weg willen. Wegens de onveiligheid en het lage verloning wordt dat korps als een soort strafkamp beschouwd. Het is financieel veel interessanter om voor de lokale politie te werken. De minister heeft niets gezegd over een loonsverhoging.

De minister heeft ook met geen woord gerept over de uitbreiding van de personeelsformatie, die nochtans na de moord op Joe Van Holsbeeck was aangekondigd. Ze gaat dus met een mager pakketje naar de onderhandelingen van 30 november. Op die manier zal ze een staking niet kunnen afwenden.

Iets meer hoop is er met betrekking tot de huisvesting in het Blérotgebouw. De minister geeft aan dat ze zou willen dat de werken in februari volgend jaar worden aangevat. Het is mij echter niet duidelijk of de regering nu effectief een beslissing heeft genomen. Komt er een verhuis of is het nog wishful thinking?

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Ik dank de minister voor haar antwoord. Ik heb er begrip voor dat het niet makkelijk is om geschikte personen voor de metropolitie te vinden. Het is niet de meest aantrekkelijke baan. Misschien moet de verloning worden aangepast.

Het verheugt me dat het er eindelijk naar uitziet dat de metropolitie een definitieve huisvesting zal krijgen in de nabijheid van het Zuidstation. Dat is een conditio sine qua non voor een goede aansturing van het veiligheidsbeleid.

Ik hoop dat de minister op de ingeslagen weg voortgaat en dat de staking kan worden afge

Mondelinge vraag: de bewijslast van een YouTube-filmpje bij een overtreding.

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de minister van Justitie over «de bewijslast van een YouTube-filmpje bij een overtreding» (nr. 5‑280)

De heer Guido De Padt (Open Vld). – Mijn vraag gaat wel over de bewijslast van een filmpje op YouTube, maar ik denk dat de Senaat ook het geschikte forum is om onze verontwaardiging uit te drukken over wat we deze week in de kranten hebben gelezen, namelijk dat iemand in de omgeving van Waasmunster met een snelheid van 293 kilometer per uur over de E17 raast, zijn passagier vraagt om dat te filmen en dan zo dwaas is het filmpje op YouTube te plaatsen, waardoor het een voorbeeldfunctie zou kunnen hebben voor jongeren.

Ik wist overigens niet dat er personenwagens zijn die in staat zijn om zo snel te rijden. Ikzelf voel overigens soms ook de aandrang om, bijvoorbeeld in een autoluwe nacht, iets sneller te gaan rijden dan 120 kilometer per uur, maar ik doe dat uiteraard niet om geen slecht voorbeeld te geven. Soms doe je dat echter onbewust, maar bijna 300 kilometer per uur vind ik toch wel erg veel. Ik heb ook vragen bij de mogelijke straffeloosheid van feiten waarbij de grenzen van de dood worden afgetast en die je zelf bekendmaakt op een netwerk dat door iedereen kan worden geraadpleegd. Ik heb er niet zoveel problemen mee dat iemand dat voor zichzelf doet, maar wie met een dergelijke hoge snelheid over een autosnelweg rijdt, kan ook andere mensen meesleuren in de dood.

Ik heb ook de commentaren gelezen van parketten en magistraten die van mening zijn dat dit feit kan worden aangegrepen om die mensen op grond van een innerlijke overtuiging te veroordelen. Ik denk dat een statement van de minister van Justitie nodig is om dit te bevestigen op grond van de wetgeving en de rechtspraak.

Heeft de minister weet van een rechtspraak en een wetgeving op grond waarvan dergelijke ernstige feiten kunnen worden veroordeeld? Staat de huidige stand van de wetgeving en de rechtspraak dat toe?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. – De feiten zijn inderdaad enorm, ik wist zelf ook niet dat dit mogelijk was. Het filmpje staat op YouTube en aangezien u een goede collega hebt die ook graag allerhande foto’s op YouTube post, kent u de praktijk dus een beetje. Ik heb in dat verband onlangs een vraag gekregen in de Kamer. Iemand anders filmen die een overtreding begaat en dat filmpje op YouTube plaatsen, mag niet volgens de privacywetgeving. In dit geval heeft de betrokkene echter zelf het filmpje op YouTube geplaatst.

Het strafprocesrecht wordt gekenmerkt door het beginsel van de vrije bewijslevering. Er is een onderzoek gestart en men zal dus nagaan welke bewijselementen kunnen worden verzameld, los van het filmpje dat op zich trouwens al een element is. Dit houdt in dat, behalve in de gevallen waarin de wet op beperkende wijze een bijzonder bewijsmiddel voorschrijft, het bewijs of het tegenbewijs in verband met een strafbaar feit via alle bewijsmiddelen mag worden geleverd. Ook wanneer de wet in het kader van bepaalde misdrijven specifiek zekere bewijsmiddelen vooropstelt, sluit dit niet uit dat het bewijs van het misdrijf ook via alle andere elementen kan worden geleverd.

De rechter beoordeelt in beginsel volkomen vrij de bewijswaarde van de gegevens in het strafdossier.

Het Hof van Cassatie voegt hieraan toe dat deze vrije beoordeling geldt voor zover het gaat om regelmatig ingewonnen bewijselementen, die aan de tegenspraak van partijen worden onderworpen.

De rechter kan bewijs, zoals beeldmateriaal, dat op onrechtmatige wijze is verkregen, enkel nog uitsluiten indien de onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast of het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

De rechter ten gronde, voor wie de zaak in voorkomend geval wordt gebracht, zal de bewijswaarde moeten beoordelen van het desbetreffende filmpje, dat eventueel met andere bewijsmiddelen kan worden aangevuld. Het is echter onjuist te beweren dat het beeldmateriaal per definitie niet kan worden toegelaten.