Pers

“Rechters moeten elke crimineel rijverbod kunnen geven”

Rechters moeten de mogelijkheid krijgen om – naast hun bestaande arsenaal aan straffen en boetes – ook een rijverbod op te leggen, wat nu enkel in verkeerszaken kan. Dat zeggen Guido De Padt en Alexander De Croo. Met een rijverbod als nieuwe ‘alternatieve straf’ willen de Open Vld-senatoren de straffeloosheid tegengaan en criminelen raken waar het pijn doet. “Als de spreuk ‘mijn auto, mijn vrijheid’ klopt, dan is een rijverbod ook een vorm van vrijheidsberoving.”
Het was een rechter die Guido De Padt er op attendeerde dat hij pakweg een drugkoerier niet kan veroordelen tot een rijverbod van vijf jaar. Als de feiten licht genoeg zijn, riskeert zo iemand slechts een korte celstraf en een boete. En iedereen weet dat celstraffen van minder dan drie jaar zelden of nooit uitgevoerd worden wegens de overbevolking in de gevangenissen.Daarom schreven De Padt en De Croo samen met hun collega’s Bart Tommelein en Martine Taelman een even opmerkelijk als eenvoudig wetsvoorstel uit. “Het is de bedoeling om rechters de mogelijkheid te geven om naast alternatieve werkstraffen ook een rijverbod uit te spreken van acht dagen tot
vijf jaar”, zegt voormalig minister van Binnenlandse Zaken De Padt. “Nu kan een Belgische rechter dat alleen in verkeerszaken. In Frankrijk laat de Nouveau Code de rechters nochtans wél toe om een rijverbod op te leggen in zaken die niets te maken hebben met het verkeer.”Ook in Duitsland woedt een gelijkaardige discussie. Volgens Beate Merk, de Beierse minister van Justitie, kan een verbod tot sturen “ook bij andere misdrijven een werkzame en indrukwekkende straf zijn”.
Mijn auto, mijn vrijheid
Guido De Padt en Alexander De Croo zijn het daar roerend mee eens. “In een maatschappij waar mobiliteit van onmisbaar belang is, kan een rijverbod een bijzonder effectieve straf zijn. Als ‘mijn auto, mijn vrijheid’ is, dan is een rijverbod ook een vorm van vrijheidsberoving.” Zo ontspringen bijvoorbeeld witteboordencriminelen – die boetes met plezier betalen en celstraffen van minder dan drie jaar wellicht nooit moeten uitzitten – niet langer de dans. De liberale senatoren wijzen er ook op dat een combinatie van een rijverbod, een werkstraf en een geldboete mogelijk ook kan verhinderen dat iemand naar de gevangenis moet. Voor elke veroordeelde die niet naar achter de tralies hoeft, spaart de belastingbetaler 40.268 euro per jaar uit. De komende weken moet in de Senaat blijken of er een meerderheid te vinden is voor het voorstel. (PGL)
© 2012 Het Laatste Nieuws 04-01-2012

Verlaging promille krijgt tegenwind

Jongerenorganisaties en partijen kritisch over ‘discriminerend’ plan Wathelet Jongerenorganisaties en partijen reageren kritisch op het plan van staatssecretaris voor
Mobiliteit Melchior Wathelet (cdH) om de promillegrens voor onervaren bestuurders te verlagen naar 0,2 promille. ‘Discriminerend’, zegt Pieter Marechal van Jong CD&V.
Volgens het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV) kan een lagere promillegrens voor jonge bestuurders het aantal alcoholgerelateerde verkeersdoden doen dalen. “Onderzoek wijst uit dat 18- tot 25-jarigen sowieso al meer risico lopen om betrokken te raken bij een dodelijk ongeval.
Bij de consumptie van alcohol neemt dat risico ook sneller toe dan bij oudere chauffeurs”, zegt Sofie Van Damme van het BIVV. “Een jongere loopt minstens acht keer zoveel risico op een zwaar ongeval als hij gedronken heeft. Bij 55-plussers is dat ’slechts’ anderhalf keer zoveel.”Ook het Europees Observatorium voor Verkeersveiligheid (ERSO) schat dat bij een kwart van alle verkeersdoden alcohol een rol speelt, terwijl maar 1 procent van de gereden kilometers wordt afgelegd door dronken bestuurders. De Europese Commissie stelde daarom in 2001 voor om de alcohollimiet op 0,5 promille te leggen, en voor onervaren bestuurders en vrachtwagenchauffeurs
op 0,2 promille. Die aanbeveling werd in verschillende lidstaten toegepast, waaronder Duitsland en Nederland.
Stigmatisering
Maar de plannen van Wathelet worden niet op applaus onthaald bij de Vlaamse partijen. Jong CD&V-voorzitter Pieter Marichal heeft het over “discriminatie” van jongeren. “Zelfs als de maatregel geldt voor onervaren bestuurders, komt dat in praktijk neer op jonge bestuurders.
Terwijl cijfers aantonen dat vooral oudere chauffeurs dronken achter het stuur kruipen.”Volksvertegenwoordiger en verkeersspecialist Jef Van den Bergh (CD&V) vindt het idee een fout signaal. “Alcoholgebruik is minder aanvaard bij jonge bestuurders dan bij de leeftijdsgroep van 30 tot 50 jaar. Ook de BOB-campagne is het best ingeburgerd bij jongeren”, oordeelt hij. “Bovendien zullen verschillende normen ervoor zorgen dat de beperkte controlemiddelen nog minder efficiënt worden ingezet.”Karin Temmerman (sp.a) vindt het “raar” dat Wathelet een onderscheid zou maken tussen bestuurders. “Het gaat over de reactiesnelheid van een bestuurder, en dan maakt de leeftijd toch niets uit?”, vraagt Temmerman zich af. Open Vld-Kamerlid Guido De Padt houdt er dan weer een “hoog stigmatiseringsgevoel” aan over.Van verkeersdeskundige Johan De Mol van de Universiteit Gent mag Wathelet nog wat verder gaan. “Alcohol en rijden gaan niet samen. Bovendien heeft het geen zin om jongeren te viseren, want ook oudere bestuurders zijn brokkenpiloten. Daarom pleit ik voor zero tolerantie, voor álle chauffeurs”, zegt De Mol.Ook  verkeersveiligheidsorganisatie Drive Up Safety (DUS) pleit voor een maximum van 0,0 promille. De collega’s van Responsible Young Drivers (RYD) nemen genoegen
met een algemene verlaging tot 0,2 promille, “ongeacht CO2-uitstoot, kleur van de wagen en leeftijd van de bestuurder.”Expert Evrard Claessens van de Antwerpse universiteit betwijfelt of een verlaging van de promillegraad iets zal uithalen. “De meeste ongevallen door dronkenschap worden veroorzaakt door bestuurders met méér dan 0,5 promille alcohol in het bloed. Die verlaging tot 0,2 promille zal het probleem dus niet echt oplossen.”Zelf noemt staatssecretaris Wathelet de discussie “absoluut voorbarig”. Hij benadrukt dat er nog geen beslissing is genomen over het al dan niet verlagen van de alcohollimiet naar 0,2 promille. Wathelet werkt aan een plan om de verkeersveiligheid te verhogen, maar dat is nog niet klaar.
ANN DE BOECK
© 2012 De Persgroep Publishing – De Morgen – 04-01-2011

Burgemeester trakteert hulpverleners

Kersvers burgemeester Guido De Padt (Open VLD) ging op oudejaarsavond op pad om de medewerkers van de OCMW-rusthuizen Denderoord en De Populier en de lokale politie een hart onder de riem te steken. De burgemeester trakteerde de hulpverleners die op de laatste avond van 2011 van dienst waren op een lekkere mattentaart. vg
(jlg)
© 2012 Corelio – Het Nieuwsblad – 2-1-2011

Nieuwe burgemeester focust op veiligheid

Guido De Padt zet bij eedaflegging krijtlijnen voor 2012 uit Guido De Padt, kersvers burgemeester Ik betreur de hetze die is gevoed door de SP.A omtrent de
burgemeesterswissel
Guido De Padt (Open VLD) heeft gisteren de eed afgelegd als burgemeester van Geraardsbergen. De Padt krijgt tot eind 2012 de tijd om zijn stempel te drukken op het
beleid van de stad en hij zet daarbij vooral in op veiligheid en integratie.
De Padt volgt Freddy De Chou (SP.A) op die onverwacht afscheid nam van de politiek. Het gehakketak tussen de coalitiepartners Open VLD en SP.A over de opvolging van De Chou, waarbij oppositiepartij CD&V uiteindelijk De Padt aan de burgemeesterssjerp hielp, heeft diepe wonden geslagen.
‘Ik betreur de hetze die is gevoed door de SP.A omtrent de burgemeesterswissel en de slachtofferrol die de socialisten hebben opgeëist achteraf. Bij de onderhandelingen over de opvolging van De Chou stonden we, in tegenstelling tot wat de S.PA beweert, nog mijlenver van een akkoord. Zo wilde de Open VLD niet toegeven aan SP.A om nog maar eens een bestuursovereenkomst te sluiten voor de volgende legislatuur. Wij willen de burger geen rad voor de ogen draaien bij de verkiezingen. Als je vooraf al een akkoord maakt, weegt de stem van de kiezer immers niet genoeg door, dat willen we dus voortaan vermijden.’
De Padt wil ‘in alle loyauteit verderwerken met de SP.A in 2012. Maar de liefde moet dan wel van beide kanten komen. Ik wil me als burgemeesterwel boven de partijen stellen.’ De Padt is dus bereid om de bladzijde om te draaien en zijn korte ambtstermijn als burgemeester nuttig te besteden. ‘2012 wordt uiteraard geen gewoon jaar. Midden 2012 zal de verkiezingscampagne beginnen, de dynamiek om de stad te besturen neemt dan af. En er zal de onvermijdelijke profileringsdrang zijn van de politici. Toch moet er verder bestuurd worden. Eigenlijk moeten we de inspanningen van de voorbije vijf jaar gewoon verderzetten in 2012.’
De Padt wil in dat ene jaar als burgemeester nog zijn stempel drukken op het beleid. ‘Ik ga vooral focussen op veiligheid en integratie. Daar is te weinig aan gewerkt. Ik heb als schepen van Cultuur al een integratiedienst opgestart en ga die als burgemeester nu volop laten ontplooien.’
Meer dan voetpaden
De burgemeester zet ook in op de socio-economische ontwikkeling van de stad. ‘We moeten daarbij ook op lange termijn durven te denken. Politiek is meer dan voetpaden herstellen, er moet ook een toekomstvisie zijn. Ik ga bij het ontwikkelen van die visie beroep op de topambtenaren van de stadsdiensten, OCMW en politie. Samen gaan we de krijtlijnen uitzetten voor de komende jaren.’
De Padt wil Geraardsbergen meer dan ooit op de kaart zetten. ‘En daarbij is er nog veel werk aan de winkel.’
Jan Lion
© 2011 Corelio – Het Nieuwsblad – 31-12-211

De Padt legt eed af en trakteert gouverneur op mattentaarten

Guido De Padt (Open Vld) heeft gisteren de eed afgelegd als nieuwe burgemeester van Geraardsbergen. Dat gebeurde in de ambtswoning van de Oost-Vlaamse gouverneur André Denys, voor wie De Padt mattentaarten had meegebracht.
Guido De Padt (57) zetelt sinds 1983 als gemeenteraadslid in Geraardsbergen en was van 2001 tot 2006 al burgemeester van Geraardsbergen. Tot vandaag is hij nog OCMW-voorzitter maar die taak wordt overgenomen door de socialistische Emma Van der Maelen. “Elke politicus zou eens een tijdje bij het OCMW moeten werken om kennis te maken met de grijze kant van de samenleving. De voorbije vijf jaar zijn dan ook heel verrijkend geweest voor mij”, blikt De Padt terug.
Afscheidsfeestje
Het kaderpersoneel van het OCMW heeft hem ondertussen ook al op een afscheidsfeestje getrakteerd. “Ze lokten me naar de raadzaal onder het mom dat er nog enkele heikele punten moesten geregeld worden maar ze verwelkomden mij met de nodige toeters en bellen. Het was een mooi en emotioneel afscheid.”Na zijn eedaflegging kwam De Padt ook nog eens terug op de burgemeesterskwestie in zijn stad. “Onze coalitiepartner sp.a betreurt dat we een wisselmeerderheid gezocht hebben met CD&V. Maar wij waren geen vragende partij voor deze burgemeesterswissel en wilden gewoon de rit uitdoen. Maar toen sp.a zich akkoord verklaarde om mij voor te dragen als opvolger koppelden zij daar een voorwaarde aan vast: zij wilden de komende 12 jaar samen met ons de stad blijven besturen. Maar die overeenkomst wilden wij niet sluiten”, besluit de nieuwe burgemeester die Freddy De Chou van sp.a opvolgt. (FEL)
© 2011 Het Laatste Nieuws – 31/12/2011
31-12-2011 Pag. 65

Senator Guido De Padt (Open VLD) wil openabre criminaliteitscijfers per straat, buurt of stad

Burgers in Engeland en Wales die willen weten hoeveel criminaliteit en antisociaal gedrag er zich voordoet in hun straat, buurt of stad, kunnen dat heel gemakkelijk. De criminaliteitsstatistieken worden door de overheid op dat niveau namelijk beschikbaar gesteld via het internet.

Maar ook in Nederland vinden we een gelijkaardig initiatief. In Amsterdam kunnen inwoners alle informatie over het veiligheidsbeleid in de stad raadplegen op de website voor een veilig Amsterdam.

Sinds 2006 zijn op de website Cijfers Leefbaarheid en Veiligheid (http://www.eenveiligamsterdam.nl/cijfers_leefbaarheid/) de afzonderlijke cijfers over leefbaarheid en veiligheid per buurt beschikbaar. Deze buurtcijfers geven elke twee maanden een beeld van de veiligheid in de verschillende buurten. Daar worden o.a. de aangiftecijfers en cijfers uit bevolkingsonderzoek gepresenteerd. Amsterdammers krijgen daarmee de mogelijkheid om zelf te zien hoe het er met de veiligheid in hun buurt voorstaat.

In de Veiligheidsindex kunnen de ontwikkelingen in de buurt, het stadsdeel en de stad over een langere periode worden gevolgd. Met de index is het mogelijk de veiligheidssituatie van verschillende buurten te vergelijken ook in de tijd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de objectieve index (vooral gebaseerd op politiegegevens) en de subjectieve index (vooral gebaseerd op veiligheidsgevoelens).

Daarnaast werden nog twee afzonderlijke indexen ontwikkeld om periodiek (elke vier maanden) inzicht te bieden in de jeugdcriminaliteit en risicofactoren in Amsterdam. De jeugdcriminaliteitindex geeft de mate van criminaliteit van jongeren per buurt weer, de risicofactorenindex geeft aan in hoeverre in buurten risicofactoren aanwezig zijn die de kans op jeugdcriminaliteit verhogen. De risicofactorenindex hangt sterk samen met de jeugdcriminaliteitindex.

Guido De Padt: “Deze twee initiatieven zijn goede voorbeelden van transparante publicatie van criminaliteitsstatistieken. Op die manier wordt ook de burger nauwer betrokken bij het veiligheidsbeleid. De vraag is natuurlijk of dit ook voor ons land haalbaar en wenselijk is. Maar één van de speerpunten voor de huidige bestuursperiode is uiteraard veiligheid . Veiligheid is een basisrecht en verdient de komende jaren de prioriteit.

Zonder veiligheid immers geen vrijheid. Een slagkrachtige politie en justitie zijn ook noodzakelijk voor het vertrouwen in onze rechtstaat. Het garanderen van de veiligheid en het aanpakken van de onveiligheid zijn in die zin heel belangrijk.“, stelt senator De Padt.

Hij is dan ook de mening toegedaan dat de hierboven aangehaalde initiatieven goede voorbeelden zijn van transparante en up-to-date publicatie van criminaliteitsstatistieken en andere relevante informatie betreffende het gevoerde veiligheidsbeleid. Hij zal aan de neiuwe minister van binnenlandse zaken dan ook vragen om in ons land een gelijkaardig initiatief uit te werken waarbij de criminaliteitscijfers tot op microniveau beschikbaar worden gesteld. Tijdens zijn ambt van minister van biza had hij al opdracht gegeven om de haalbaarheid ervan te onderzoeken.

Werklast voor de parketten daalt

Brussel. Het aantal zaken dat tijdens de periode 2007 tot 2009 via de politiediensten bij de parketten binnen kwam steeg met twee procent, van 566 599 zaken in 2007 tot 577 049 in 2009. Het aandeel klassieke processen verbaal (PV) daalde evenwel met 16 procent, tot 63,6 %. Dit ten voordele van het Ambtshalve Politioneel Onderzoek (APO) en het Vereenvoudigd Proces Verbaal (VPV). Bij een APO onderzoeken de politiediensten de feiten en zenden nadien het afgewerkt dossier aan de procureur des Konings. Bij een VPV legt de politie bepaalde strafbare feiten vast in een proces-verbaal, dat niet aan het parket wordt toegezonden. Beiden kenden een stijging van respectievelijk ruim 60 procent (62,80) en 100 procent (100,07). “Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat de nieuwe methodes vrij goed hun ingang vinden bij onze politiediensten” merkt senator Guido De Padt  (Open Vld) op die de cijfers opvroeg bij voormalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V). “We merken een duidelijke daling van het aantal klassieke PV’s ten voordele van de nieuwe methodes. Op die manier worden de parketten zeker en vast ontlast. De politie onderzoekt namelijk meer zaken zelf alvorens ze over te maken aan de parketten of maakt ze helemaal niet over indien de politie dat niet nodig acht. Deze stijging zorgt ook voor een daling van de werklast van de politie. Daarmee bereiken de nieuwe methodes duidelijk hun doelstelling: het verlagen van de werkdruk van de politie en de parketten.”

Nieuwe beheersmethodes dossierafhandeling werpen vruchten af

Het aantal zaken dat tijdens de periode 2007 tot 2009 via de politiediensten bij de parketten binnen kwam steeg met twee procent. Het aandeel klassieke processen verbaal (PV)[1] daalde evenwel met 16 procent. Dit ten voordele van het Ambtshalve Politioneel Onderzoek (APO)[2] en het Vereenvoudigd Proces Verbaal (VPV)[3]. Zij kenden een stijging van respectievelijk ruim 60 procent (62,80) en een verdubbeling (100,07). Er bestaan wel grote verschillen tussen de gerechtelijke arrondissementen. Het dagvaardingspercentage voor zaken opgesteld op basis van een klassiek PV (3,85) ligt hoger dan voor zaken geregistreerd op basis van een APO (2,34)  of VPV (0,41). Na voeging stijgen deze percentages voor alle drie de soorten registraties, alsook het aandeel zondergevolgstellingen. Terwijl twee derde van de sepots gebeuren om technische motieven, wordt één derde geseponeerd om opportuniteitsredenen. Het zijn vooral VPV’s die om technische redenen worden geseponeerd (82,19%). Bij de opportuniteitssepots staan de APO’s op kop (36,26%). Kijken we naar het aantal zaken dat tijdens dezelfde referentieperiode werd heropend, dan zien we dat dit het vaakst gebeurd in het kader van een VPV, namelijk in 5,53%. Bijna de helft van de geseponeerde heropende zaken, wordt opnieuw zonder gevolg gesteld (46,36%) of gevoegd aan een andere zaak (31, 74%). Slechts in drie procent van de gevallen wordt overgegaan tot een dagvaarding. Dit alles blijkt uit het antwoord van de minister van Justitie, Stefaan De Clerck (CD&V) op een parlementaire vraag van senator Guido De Padt (Open Vld).

Terwijl in 2007 566 599 zaken bij de parketten binnen kwamen, steeg dit aantal tot 577 049 in 2009, of een stijging met 2 procent. Het aandeel klassieke pv’s bedroeg in 2007 nog 77,62 procent of 439 806 zaken. Twee jaar later ging om 376 610 zaken of 63,61%. Dat betekent een daling van 16,42%. Het aantal APO’s daarentegen steeg van 112 593 zaken of 19,87% tot 183 300 of 31, 72%. Een stijging met 62,80%. Het aantal VPV’s steeg in die periode van 13 475 of 2,38% tot 26  959 of 4,66%. Een verdubbeling dus.

Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat de nieuwe methodes vrij goed hun ingang vinden bij onze politiediensten’ merkt De Padt op. ‘We merken een duidelijke daling van het aantal klassieke PV’s ten voordele van de nieuwe methodes. Op die manier worden de parketten zeker en vast ontlast. De politie onderzoekt namelijk meer zaken zelf alvorens ze over te maken aan de parketten of maakt ze helemaal niet over indien de politie dat niet nodig acht. Hier beschikken we bovendien enkel over het aantal VPV’s die door de parketten zijn opgevraagd. Hun echte aantal ligt nog veel hoger. Deze stijging zorgt ook voor een daling van de werklast van de politie. Daarmee bereiken de nieuwe methodes duidelijk hun doelstelling: het verlagen van de werkdruk van de politie en de parketten.

Over de volledig periode klokken de klassieke pv’s af op 69,49%, de APO’s op 26,99% en de VPV’s op 3,47%. Tussen de gerechtelijke arrondissementen bestaan wel opmerkelijke verschillen. Terwijl het aandeel klassieke pv’s in het arrondissement Bergen bijvoorbeeld nog 95,34% bedroeg, was dit in Oudenaarde 44,10%. Het aandeel APO’s was het hoogst in Mechelen met 52,30% en het laagst in Bergen (2,95%). Bergen bengelt ook helemaal onderaan voor wat betreft het percentage VPV’s, namelijk 1,70. Het hoogste percentage treffen we hier opnieuw aan in Oudenaarde met 12,44%.

Het aantal sepots ligt het hoogst voor APO-dossiers met 75,36%. Op de tweede plaats staan de VPV’s (65,42%), gevolgd door de klassieke PV’s (64,56%). Na voeging aan de moederzaak stijgen deze percentages tot 68,85% voor klassieke PV’s, 68,12% voor VPV’s en 80,43% voor de APO’s. Maar ook de dagvaardingspercentages stegen. Tot 9% voor klassieke PV’s, 5,4% voor APO’s en 4,24% voor VPV’s. Kijken we naar de motieven van technische zondergevolgstelling dan zien we dat bij de APO’s het hoofdzakelijk gaat om onbekende daders (32,49%) en onvoldoende bewijzen (17,31%). Bij VPV’s gaat het hoofdzakelijk om onbekende daders (67,86%) en geen misdrijf (9,24%). Klassieke PV’s worden vooral geseponeerd omwille van onbekende daders (38,05%), geen misdrijf (15,89%) en onvoldoende bewijzen (10,67%). Uiteindelijk tekenen de klassieke PV’s voor 30,73% van de opportuniteitssepots. De VPV’s zijn goed voor 16,39%.

Over de hele referentieperiode werden 81 787 zaken heropend of 4,75 procent. Procentueel gebeurde dit dus het meest voor VPV’s. Bij klassieke PV’s lag dit aandeel een stuk lager met 4,71% of 56 312 heropende zaken. Bij de APO’s ging het dan om 22 113 heropende zaken of 4,76%. Uiteindelijk werd bij 3,09% of & 740 van de heropende zaken op basis van een klassiek PV gedagvaard. Bij de APO’s lag dit percentage op 3,22%, goed voor 713 zaken. Bij de VPV’s ten slotte, ging het om 35 zaken of 1,06%.

Guido De Padt (0475/44 94 04)


[1] Een gewoon proces verbaal wordt volgens de gebruikelijke werkwijze opgesteld en aan het parket overgemaakt.

[2] Bij een APO onderzoeken de politiediensten ambtshalve de feiten en zenden nadien het afgewerkt dossier aan de procureur des Konings. De vermelde cijfers hebben betrekking op de APO’s die reeds naar de parketten werden gestuurd.

[3] Bij een VPV leggen de politiediensten bepaalde strafbare feiten vast in een zeer beknopt proces-verbaal, dat niet aan het parket wordt toegezonden. De cijfers hier hebben echter enkel betrekking op de VPV’s die door de parketten werden opgevraagd. Deze aantallen stemmen dus niet overeen met het totaal aantal VPV’s die door de politiediensten werden opgesteld.

Fraude met kilometertellers noopt internationale aanpak

Tussen 2008 en 2010 daalde het aantal vaststellingen van fraude met kilometertellers bij de verkoop van tweedehands wagens met 14 procent tot  1393. Voor de invoering van Car-Pass werd het aantal fraudegevallen nog geschat op zestigduizend. De cijfers houden evenwel geen rekening met grensoverschrijdende fraude, noch bij ingevoerde tweedehands wagens als bij de uitvoer. Net daar wordt echter het meest gefraudeerd. Cijfergegevens over het aantal meldingen van keuringscentra van vervalsing van kilometertellers aan politie en parket zijn niet beschikbaar. Net zomin als informatie betreffende het aantal inbeslagnames en verbeurdverklaringen. In de periode 2007 tot en met de eerste helft van 2010 stroomden bij de correctionele parketten 352 zaken van fraude met kilometertellers binnen. Uit de vooruitgangsstaat op 10 juli 2010 blijkt dat slechts goed tien procent een dagvaarding in de bus kreeg. In diezelfde periode spraken de correctionele parketten een vonnis uit in 32 zaken van fraude met kilometertellers. Om deze problematiek aan te pakken beschikken we niet alleen over een specifieke wet en het Car-pass systeem. Inbeslagnames zijn ook mogelijk. Het Nationaal Overlegplatform Autocriminaliteit volgt dit fenomeen ook nauwgezet op. Dit alles blijkt uit het antwoord van de minister van Justitie, Stefaan De Clerck (CD&V) op een parlementaire vraag van senator Guido De Padt (Open Vld).

Terwijl in 2008 1614 gevallen van terugdraaien van kilometertellers werden vastgesteld, ging het twee jaar later om 1393 gevallen. Dat is een daling van 221 feiten, of bijna 14 procent. Die daling was al te merken in 2009 toen het om 1395 vaststellingen ging. Voor 2007 zijn geen cijfers beschikbaar. Deze gegevens houden dus geen rekening met mogelijke fraude bij ingevoerde tweedehands wagens. Uit steekproeven bleek nochtans dat het fraudepercentage daar makkelijk 10 tot 20 procent bedraagt, in vergelijking met 0,20 procent voor nationale verkopen. Maar ook bij de uitvoer van wagens is fraude schering en inslag. Uit een Frans onderzoek naar kilometerfraude met voertuigen ingevoerd uit ons land bleek in 43 % van de gevallen met de teller te zijn geknoeid. De gemiddelde fraude bedroeg 91 000 kilometer. ‘Uit deze informatie blijkt overduidelijk dat hier een internationale aanpak noodzakelijk is’ stelt Guido De Padt. ‘Autocriminaliteit is een internationaal probleem dat een nationale aanpak overstijgt. Dit blijkt ook voor fraude met kilometertellers. In die zin noopt internationale samenwerking een aanbeveling. Daarbij is het vooral van belang de noodzakelijke informatie door te spelen zodat controle mogelijk is. In de strijd tegen fraude met kilometertellers kan dan best worden voorzien in een Europese databank waardoor voertuigen ten alle tijde traceerbaar zijn en de controlediensten en andere instellingen online en in real time over de juiste informatie kunnen beschikken.’

In drie en een half jaar tijd stroomden in België 352 zaken in bij de correctionele parketten. De overgrote meerderheid kwam uit het rechtsgebied Gent, namelijk 274 zaken of 78%. In 2007 stroomden er 179 zaken in, het jaar daarop ging het om 102 zaken en in 2009 eindigde de teller op 68. Dat komt neer op een daling van ruim 60 procent. Een gelijkaardige evolutie zagen we in het arrondissement Gent. Terwijl in 2007 nog 159 zaken instroomde, daalde dit aantal tot 57 in 2009, een daling van 64%. ‘Hier zien we toch wel een opmerkelijke daling van het aantal zaken dat instroomt bij de parketten’ merkt De Padt op. ‘Deze cijfers bewijzen dat de aanname van de wet tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen in 2004, en de oprichting van de vzw Car-Pass die de kilometerstand van voertuigen registreert in 2006, duidelijk resultaat opleveren in ons land. Maar terwijl het probleem in België onder controle raakt, merken we dus een verschuiving van deze problematiek naar een grensoverschrijdend fenomeen. Er is dus een gelijkaardige aanpak nodig.

De vooruitgangsstaat op 10 juli 2010 van de ingestroomde zaken leert dat net geen vier zaken op tien in (voor)onderzoek zaten (39%) en goed vier op tien zonder gevolg werden geklasseerd (42%). In drie op vijf  zaken zonder gevolg gesteld lagen technische redenen daaraan ten grondslag, waarvan 22% wegens geen misdrijf en 31% wegens gebrek aan bewijs. Ruim een vijfde van de zonder gevolgstellingen was het gevolg van het overschrijden van de redelijke termijn (22%). Van die 352 zaken werden er 111 gevoegd. Uiteindelijk werd slechts in bijna 11 procent gedagvaard en verder gevolg geven aan de zaken. Op die 38 zaken werd slechts voor 32 een vonnis uitgesproken. Die hadden betrekking op 38 verdachten. Er werden door de correctionele parketten 13 veroordelingen, 8 opschortingen en 13 vrijspraken uitgesproken.

Guido De Padt (0475/44 94 04)

De Padt verklaart oorlog aan criminelen

WIL OOK STEUNTREKKENDE ALLOCHTONEN INZETTEN BIJ VRIJWILLIGERSWERK

“Amokmakers moeten zwaar aangepakt worden”, zegt Guido De Padt, die meteen na zijn aanstelling als nieuwe burgemeester het veiligheidsgevoel in Geraardsbergen wil versterken. “Vechtersbazen, rivaliserende jongerenbendes en drugdealers horen in onze
stad niet thuis.”
Wanneer Guido De Padt op 1 januari de scepter van uittredend burgemeester Freddy De Chou (sp.a) overneemt, resten hem amper tien maanden tot de volgende gemeenteraadsverkiezingen.
Veel tijd blijft er voor hem niet meer over om nog zijn stempel te drukken op het beleid.Toch heeft De Padt twee grote doelen voor ogen: het onveiligheidsgevoel bij de inwoners wegnemen en een streng integratiebeleid voeren naar allochtonen toe. “Ik zal geen enkele maatregel schuwen om mijn doel te bereiken. Het geweld en de criminaliteit in de binnenstad escaleert en dat moet
dringend aangepakt worden. Het kan niet zijn mensen met slechte bedoelingen de bovenhand krijgen zodat onze inwoners zich ’s avonds niet meer op straat durven begeven. Omdat ik zelf in het centrum van de stad woon, ben ik ook perfect op de hoogte van wat er allemaal misloopt”, zegt de toekomstige burgemeester.Het inschakelen van extra agenten is maar één van de opties die De Padt in gedachten heeft. “Als blijkt dat de inzet van extra agenten nodig is, dan mogen we zeker niet nalaten om dat te doen. Desnoods zoek ik zelfs steun bij de federale politie. Als voormalig minister van Binnenlandse Zaken heb ik daar wel de nodige connecties.
Camerabewaking op de Markt en in de stationsomgeving moeten we zeker overwegen en nummerplaatcontrole op de invalswegen naar Geraardsbergen is nog een bijkomende optie. Ik zal er ook voor pleiten dat amokmakers en drugdealers hun straffen die ze krijgen, effectief moeten uitzitten. Een streng en repressief optreden is de enige manier om de rust in onze stad terug te brengen.”De Padt heeft ook een waarschuwing in petto voor de allochtonen die zich in de Oudenbergstad komen vestigen. “Allochtonen mogen niet de indruk krijgen dat ze zonder inspanning maandelijks aan de kassa kunnen passeren. Integratie is een spel van rechten en
plichten. Wie zich in onze stad komt vestigen, moet inspanningen leveren om zich aan te passen aan onze maatschappij. Integratie is niet enkel de taal leren en de gewoontes van onze inwoners overnemen. Integratie is ook deel nemen aan het maatschappelijk leven in onze stad. Het is daarom niet denkbeeldig dat we mensen die van het OCMW geld ontvangen, inzetten om vrijwilligerswerk en aan sociaal dienstbetoon te doen. Zo kunnen we misschien ook het angstgevoel dat mensen hebben tegenover allochtonen, wegnemen”, besluit De Padt.
FRANK EECKHOUT
© 2011 Het Laatste Nieuws – 30-11-2011