De stad en OCMW van Geraardsbergen gaan hun dienstverleningsaanbod bereikbaarder maken voor 70-plussers. Met het project “Zilvergrijsgewijs” wil men in 4 deelgemeenten van Geraardsbergen inwoners bereiken die de weg naar de stadsdiensten moeilijk vinden, bereikbaarder maken.
“In eerste instantie zal een maatschappelijk werkster 100 huisbezoeken afleggen in Ophasselt, Viane, Zandbergen en Zarlardinge”, zegt OCMW-voorzitter en initiatiefnemer Guido De Padt (Open Vld). “De selectie wordt gemaakt op basis van de demografische samenstelling van de doelgroep. Alle 70-plussers zullen vooraf op de hoogte worden gebracht via een brief. Uiteraard zijn ze vrij om al dan niet mee te werken. Met het initiatief wil ik onze diensten introduceren en de hulpverleninig in de deelgemeenten van Geraardsbergen vergroten.”
Schepen van financiën, begroting, senioren, sociale zaken en gezin Ann Panis (Open Vld) meent dat dit projectvoorstel perfect kan aansluiten bij het ouderenbehoeftenonderzoek dat nog lopende is.
Het initiatief wordt gecoördineerd vanuit het Sociaal huis, een centraal aanspreekpunt waar je terecht kan voor al je vragen omtrent sociale dienstverlening. Het Sociaal huis vind je op de bovenste verdieping van het OCMW gebouw in de Kattestraat in Geraardsbergen.
Op basis van de ervaringen en de resultaten zal het project geëvalueerd worden naar een mogelijke continuering en/of uitbreiding.
Blog
Stadsdiensten worden bereikbaar voor 70-plussers
Resolutie Internationale dag voor Vrede goedgekeurd in senaat
Vandaag keurde de plenaire vergadering van de senaat de resolutie ter ondersteuning van de doelen en idealen van ‘Peace Day’ goed. ‘Peace Day’ is een vaste dag, telkens op 21 september, die door de VN werd ingeroepen ter attentie van de wereldvrede. Een internationale Dag van de Vrede houdt in dat overal ter wereld, voor ten minste één dag, een staakt-het-vuren in acht wordt genomen.
In 2001 namen de 192 VN-leden, unaniem een eerste resolutie aan ter erkenning van deze geweldloze dag. Sindsdien worden op die dag jaarlijks grootse humanitaire acties, zoals voedseldroppings en vaccinatiecampagnes georganiseerd en educatieve projecten op poten gezet.
Veel van die humanitaire acties vinden plaats in probleemgebieden waar oorlog en honger heerst. Zo is er bijvoorbeeld op Peace Day 2007 de succesvolle actie geweest waarbij de Peace One Day-organisatie samen met Unicef, de WHO en het Afghaanse ministerie van Volksgezondheid 1,4 miljoen Afghaanse kinderen gevaccineerd hebben tegen het poliovirus. Het jaar erna deden ze hetzelfde en bereikten ze nog eens 1,6 miljoen Afghaanse kinderen.
Elk jaar opnieuw levert de organisatie ook wereldwijd gratis educatief materiaal aan scholen. Dit laat jongeren toe activiteiten voor Peace Day voor te bereiden en er aan deel te nemen, hen de nodige vaardigheden aan te leren om conflicten vredevol op te lossen om op die manier bij hen een vorm van actief burgerschap te ontwikkelen.
Het zijn slechts enkele van de vele initiatieven die elk jaar genomen worden. “Het succes dikt elk jaar aan, en toch kan deze bijzondere dag nog meer internationale erkenning gebruiken. Wij proberen er vanuit het parlement alvast de aandacht op te vestigen. Vandaar ook de resolutie”, aldus senatoren Lijnen en De Padt.
Op de website www.peaceoneday.org vind je alle nodige info over de verschillende acties die de Peace One Day-organisatie intussen georganiseerd heeft.
Voor meer info:
Nele Lijnen, Senator Open Vld, 0486/13.09.18
Guido De Padt, Senator Open Vld,
SUCCESVOL TOERISTISCH SEIZOEN IN GERAARDSBERGEN
De Permanensje, het Toeristisch infokantoor voor Stad en Streek, heeft voor de tweede keer op rij een geslaagd seizoen achter de rug.
Volgens toerisme-schepen heeft één en ander te maken met het concept van het nieuwe kantoor: “Mensen kunnen er niet alleen kennismaken met de vele troeven van Geraardsbergen, maar ook met al het moois van de regio Vlaamse Ardennen. En dit op een moderne en innovatieve manier. En dat het concept werkt bewijzen de cijfers.”
In de periode van juni t.e.m. september vonden maar liefst 8.768 bezoekers opnieuw hun weg naar ons infokantoor, een even positieve trend als in 2009.
De Permanensje vormt dan ook hét ideale vertrekpunt om de stad te verkennen. Niet alleen de Belgen komen hier steeds vaker over de vloer, ook meer en meer buitenlanders brengen ons graag een bezoekje. Wij spreken intussen toch al van iets meer dan 10%, een bijna verdubbeling ten opzichte van het vorige jaar.
De toeristen zijn in elk geval aangenaam verrast dat ze op interactieve wijze kunnen kennismaken met stad en streek. Ook onze gratis digitale wandelroute op Mp3 (beschikbaar in 3 talen) die de individuele toerist wegwijs helpt tussen de vele monumenten die onze stad rijk is begint steeds meer succes te hebben.
Guido De Padt: “Geraardsbergen is en blijft een stad die talrijke toeristen weet te charmeren. Dit kan alleen maar verbeteren wanneer Adrianopolis klaar zal zijn , het belevingscentrum dat wij o.m. met Europese steun in het te renoveren Abtenhuis gaan inrichten. Want op dat ogenblik zal Geraardsbergen ook op de Franse en Britse landkaart staan.”
Ook Geraardsbergen ontsnapt niet aan vergrijzingstrend
“De impact van de demografische evolutie vergt een moedig beleid”.
Welke invloed heeft de vergrijzing op het huidig en toekomstig beleid van de stad en het ocmw?
OCMW-voorzitter Guido De Padt werd recent in kennis gesteld van de resultaten van een onderzoek van Dexia over de vergrijzing van de Geraardsbergse bevolking. Hij nodigde de OCMW- en gemeenteraadsleden gisteren uit op een bijeenkomst, om hen toe te laten een inschatting te maken van de (ernstige) situatie.
De studie heeft betrekking op de periode 1998 tot 2008.
Bevolking
In 1998 telde Geraardsbergen 30.777 inwoners. Op 1 januari 2007 tellen we 31.543 inwoners.
Of een groei van 766 inwoners. Op 1 januari 2010 telde Geraardsbergen 32020 inwoners.
Het aantal inwoners van minder dan 15 jaar stijgt dan wel met 5,2% (van 4.795 in 1998 tot 5.046 in 2008), daartegenover zien we de leeftijdsklasse van 15 jaar tot 39 jaar maar liefst daalt met 10,5% 10.562 in 1998 tot 9.448 in 2008.
“Verder onderzoek zou hier wenselijk zijn om uit te maken waar de groep naar toe trekt en waarom ze Geraardsbergen verlaten” aldus Guido De Padt.
In de groep van 40 tot 65 jarigen zien we dan weer een stijging met 15,5% van 9.871 tot 11.398 inwoners.
De groep van 65 tot 79 jarigen daalt met 2,8% van 4.353 tot 4.233 inwoners.
In de leeftijdsgroep van 80 jaar en meer zien we een zeer grote stijging met maar liefst 28,9% van 1.196 tot 1.542 inwoners.
In vergelijking met de provincie en het gewest, wonen er in Geraardsbergen minder jongeren (-15 jaar en 15-39 jaar), wonen er meer 40 tot 64-jarigen, zijn er meer 65 tot 79-jarigen en meer 80-jarigen en ouder. In de leeftijdsklasse van de 65-plussers zijn er, in vergelijking tot de provincie en tot het gewest meer 80-plussers. (4,2% voor de provincie tov 5,1% voor Geraardsbergen).
Vooruitzichten op middellange termijn (2010 – 2025)
De bevolkingsprojecties zijn gebaseerd op de basispopulatie, naar leeftijd en geslacht, van de 308 Vlaamse gemeenten, en op een aantal hypothesen inzake de levensverwachtingen van de bevolking, de vruchtbaarheid en de migratie-effecten. Dit alles met 2005 als referentiejaar, zodat enige nuancering hier op zijn plaats is, o.m. omdat er sindsdien al veel veranderd is.
De prognose is dat het aantal inwoners in Geraardsbergen in de leeftijdsklassen van minder dan 15 jaar tot 65 jaar zal dalen. Er zullen met andere woorden minder jeugd en minder actieve bevolking in Geraardsbergen wonen. ( -14,5% minder jongeren van – 15 jaar; -9;9% minder inwoners in de leeftijdsgroep 15-39 jaar en -9,9% in de leeftijdsgroep 40-65 jaar).
Daartegenover zijn de vooruitzichten dat het aantal inwoners in de leeftijdsklasse 65 en ouder in ernstige mate zal toenemen. (37,2% in de leeftijdsgroep 65 tot 79 jaar en 22% in de leeftijdsgroep 80+)
Als we de cijfers van de provincie en het gewest naast de cijfers van Geraardsbergen leggen, zien we dat de veroudering in Geraardsbergen sterker zal toenemen, en dat het aantal 80-plussers (29% in 2010; 29,2% in 2020) in de groep van 65-plussers in Geraardsbergen de eerstvolgende 10 jaar groter zal zijn dan in de rest van de provincie en het gewest. (27,2% in 2010; 29% in 2020).
Inkomen
Op niveau van de gezinsinkomens ( op basis van de belastingsaangiften 2007 – inkomens 2006) zien we dat Geraardsbergen met een gemiddeld inkomen per aangifte van 25.219 euro (2007) achterhinkt op de provincie ( 27.005 euro) en op het gewest (26.777 euro).
Het gemiddeld inkomen per inwoner van Geraardsbergen ligt op 14.791 euro (2007) waar het gemiddeld inkomen in de provincie op 15.215 euro ligt en in het gewest op 15.032 euro.
Vastgoed
Door het feit dat Geraardsbergen een oudere bevolking heeft, zien we het fenomeen dat ook de woningen verouderd zijn, dat de woningen vaak een bescheiden omvang hebben en een beperkt comfort kennen.
Het % open en half open bebouwingen ligt in Geraardsbergen in 2007 hoger dan in het gewest met 51,4% t.o.v. 48,5% voor het gewest.
Daartegenover staat dat slechts 79,8% van de Geraardsbergse woningen over een badkamer beschikt, waar 87,9% van de woningen in het gewest sanitair comfort heeft.
Maar 57,4% van de woningen in Geraardsbergen verwarmt de woning via centrale verwarming. (tov 68,6% in het gewest).
13,4% van de woningen zijn kleiner dan 65 m² (tov 9,2% in het gewest).
Waar het aantal woningen in gesloten bebouwing en het aantal handelspanden tussen 1998 en 2007 gedaald is, is het aantal open bebouwingen gestegen met 11%, het aantal buildings en appartementen met 72,1% en het aantal half open bebouwingen met 3,9%.
De gemiddelde eenheidsprijs van een woonhuis in Geraardsbergen bedraagt 118.210 euro, waar dit voor de cluster 150.300 euro is (171.783 euro voor het gewest – cfr rijke steden en gemeenten).
Voor een appartement is dit 130.269 euro in Geraardsbergen tov 155.905 euro voor het gewest en 171.817 euro voor het gewest.
Voor bouwgrond betaal je in Geraardsbergen gemiddeld 85,2 euro per m² (2007). Gemiddeld betaal je in het gewest 133,1 euro per m².
Positief hiertegenover is dat het gemiddeld aantal bouwvergunningen voor nieuwe woningen in Geraardsbergen hoger ligt (131 in 2008) dan in het gewest (114,2 in 2008) en dat er grotere woningen gebouwd worden (141 m² voor Geraardsbergen tov 106m² voor het gewest).
Oudere woningen worden dan weer minder verbouwd. Per 1000 bestaande woningen worden in Geraardsbergen slechts 9,2 bouwvergunningen afgeleverd tov 12,7 bouwvergunningen in het gewest. (tenzij er meer verbouwingen uitgevoerd worden zonder vergunning??)
Kadastraal inkomen per inwoner.
In 2007 bedraagt het belastbaar kadastraal inkomen in Geraardsbergen per inwoner 393 euro ten overstaan van 573 euro per inwoner voor de provincie en 642 euro per inwoner in het gewest.
Wat tot gevolg heeft dat, in verhouding tot andere Vlaamse steden en gemeenten, de fiscale inkomsten uit onroerend goed voor de stad opmerkelijk lager liggen en in de toekomst nog kunnen dalen.
Maatschappelijke dienstverlening
In 2009 deden 252 inwoners of 7,23 op 1000 inwoners, beroep op het recht op maatschappelijke integratie en maatschappelijke hulp (7.76 voor de provincie). In vergelijking tot 2000 is er geen significante stijging van het aantal hulpaanvragen.
Meer dan de helft (55,3%) hiervan heeft een leefloon, 23,1% een equivalent leefloon, 7,6% studenten die een leefloon krijgen, 5,7% medische hulpverlening, 7.7% tewerkstellingsmaatregelen, 0,6% installatiepremie.
Opvallend is dat het vooral 20 tot 39 jarigen zijn zie hulp vragen (118 in 2009). Van 40 tot 59 jaar zijn er 76 aanvragen en éénmaal de 60 voorbij (pensioen) daalt het aantal tot 22.
Enorme uitdaging
Deze cijfers wijzen op een complexe evolutie die de stad momenteel doormaakt en die niet zonder gevolgen is voor het beleid en het bestuur van Geraardsbergen, ook en vooral naar de toekomst toe.
Guido De Padt: “De vergrijzing van de bevolking, de migratie uit en naar de stad, de beperkte groep van actieve bevolking, gekoppeld aan het gemiddeld laag inkomen, de beperkte industrie, … hebben concrete gevolgen en stellen de stad Geraardsbergen voor een enorme uitdaging op verschillende terreinen zoals op het vlak van toekomstige belastingsgrondslagen en dus op de inzetbare middelen om bepaalde lokale beleidsopties te financieren.”
De stad Geraardsbergen wordt met andere woorden geconfronteerd met een lokale sociaal-economische evolutie die onvermijdelijk weerslag heeft op zowel de ontvangsten als op de uitgaven. Aan de ene kant zullen de belastingsontvangsten in relatieve termen dalen door de minder hoge inkomsten van de oudere en niet-actieve bevolkingsgroepen en het mislopen van wegtrekkende actieve bevolking, en anderzijds is het onvermijdelijk dat de uitgaven zullen oplopen ten gevolge van de toenemende vergrijzing, onder meer de uitgaven voor sociale opvang in woonzorgcentra, serviceflats, …
De opcentiemen op de onroerende voorheffing, de dotatie van het Gemeentefonds en de opbrengst uit de aanvullende personenbelasting zijn de drie belangrijkste financieringsbronnen voor het beleid van de gemeenten.
Doordat de verhouding van het aantal gepensioneerden in verhouding tot de totale bevolking toeneemt, vermindert de gemiddelde som van de belastbare inkomsten. Naast het feit dat de jonge actieve populatie Geraardsbergen ontvlucht en samen met de belastingshervormingen, heeft dit tot gevolg dat de gemeenteontvangsten uit de aanvullende personenbelasting gevoelig gedaald zijn en nog zullen dalen.
En tot slot is er ook nog het laag belastbaar kadastraal inkomen in Geraardsbergen in verhouding tot de provincie en het gewest.
De vergrijzing heeft onvermijdelijk een aantal maatschappelijke gevolgen. Denken we maar aan het het arbeidsaspect, het woonaspect, vrijetijdsbesteding, de zorgsector, … De vraag naar zorgdiensten voor hulpbehoevende personen zal onvermijdelijk een andere invulling krijgen en het aanbod ervan zal sterk evolueren. Een versterking van de diensten voor ouderen zal zich opdringen.
Guido De Padt: “De lokale besturen hebben een essentiële rol en verantwoordelijkheid te vervullen in het woonbeleid, waaronder het aanbod van zorgvoorzieningen voor ouderen, zoals woonzorgcentra, dagverblijf, kortverblijf, serviceflats. Naast het feit dat de investeringen in de infrastructuur kwantitatief moet groeien, zal ook een kwalitatieve opwaardering van de infrastructuur noodzakelijk zijn.
Naast dit woonbeleid zullen andere beleidsaspecten zoals openbaar vervoer, toegankelijkheid van gebouwen voor senioren, mobiliteit van senioren om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk leven, het actief opsporen van eenzame ouderen, de belangrijke rol van de dienstencentra, aan belang winnen.”
In persoonlijke naam
Guido De Padt (en hij geeft aan dat hij in persoonlijke naam spreekt) is ook van oordeel dat alle instanties nauw zullen moeten samenwerken, waarbij alle pistes moeten openliggen, ook een nauwe samenwerking met en zelfs overdracht van diensten aan bijvoorbeeld priavte initiatieven. Zo wijst hij erop dat het OCMW (en dus ook de belastingbetaler) jaarlijks meer dan 1.100.000 euro moet bijpassen om het tekort van de rustoorden te financieren. “Indien de privé sector dezelfde dienstverlening op een sociaal verantwoorde en neutrale manier kan aanbieden, mogen wij geen schrik hebben om daar over na te denken.”, aldus De Padt. “Want op die manier wordt er financiële ruimte gecreëerd voor het stadsbestuur om de sociaal-economische aantrekkingskracht van onze stad aan te wakkeren. “ Guido De Padt verwijst in dat verband naar de samenwerking die in het verleden werd opgezet met een privaat kinderdagverblijf, waardoor op vrij korte termijn 24 bijkomende bedden werden gecreëerd (in Onkerzele), om er volgend jaar in totaal 49 bij te hebben (er komen er nog 25 bij op de site van de Maretak).
Om ervoor te zorgen dat onze stad aantrekkelijk blijft voor jonge twintigers en dertigers, denkt De Padt aan een verdere verlaging van de personenbelasting, aan het volop ontwikkelen van bedrijventerreinen, aan het gericht zoeken naar nieuwe (innovatieve) bedrijven, aan het creëren van een groter woonaanbod voor jonge gezinnen, aan een internationalisering van onze stad (meer en beter gebruik maken van Europese subsidies en samenwerkingsverbanden), aan een attractief vrijetijdsaanbod, aan een gericht tewerkstellingsbeleid, enz. “Want het aantrekken en koesteren van de jonge generatie moet thans onze hoofdbekommernis zijn, willen we op een goede manier voor de oudere generatie zorg kunnen dragen”, zo besluit de Padt. ”Maar dat is voer voor een algemene politiek-bestuurlijke discussie en overleg, waarbij we de feiten onder ogen moeten durven te zien. “
Open Vld en N-VA werken voor het eerst samen
Senator Guido De Padt is van oordeel dat de aanslepende regeringsonderhandelingen het normale parlementaire werk niet negatief mogen beïnvloeden. Hij wil de Senaat zijn werk laten doen. Teneinde voor één zijner wetsvoorstellen een breed politiek draagvlak te vinden, ging hij op zoek naar mede-ondertekenaars in andere partijen en is tevreden dat Huub Broers en François Bellot, respectievelijk van N-VA en de MR, het voorstel mee hebben ondertekend. ‘ Ik ben blij dat de Open Vld en de N-VA , samen met de MR en los van de regeringsonderhandelingen en van de toekomstige meerderheid, het bewijs leveren dat partijgrensoverschrijdende samenwerking niet steeds in een meerderheid/minderheidsvakje moet gestopt worden. In plaats van passief te blijven toekijken, probeer ik over te gaan tot actie en ben ik verheugd dat de N-VA en de MR mee op de kar springen’.
Guido De Padt heeft een wetsvoorstel ingediend om het sluiten of overdragen van OCMW-diensten en – inrichtingen aan private uitbaters, onder bepaalde sociaal verantwoorde voorwaarden mogelijk te maken. Dit voorstel kreeg dus de uitdrukkelijke steun van Broers en Bellot. Met dit voorstel willen de indieners gepast kunnen inspelen op de noden die zich op het veld voordoen. ‘ Indien een OCMW nu een bestaande inrichting (bijv. een rustoord) of een dienst (bijv. poetsdienst) wil overdragen of zelfs sluiten, moeten ze -volgens de terzake geldende rechtspraak- eerst kunnen aantonen dat er geen noodzaak meer bestaat om deze in exploitatie te houden. Dit bewijs leveren is uiteraard heel moeilijk, reden waarom ik via een wetswijziging een duidelijke én soepele regeling voor het sluiten en overdragen van diensten wil invoeren, met de nodige aandacht voor de belangen van de gebruiker van de dienstverlening.”
Spoorstaking: Reizigers mogen niet langer gijzelaars zijn van conflict tussen spoorbonden en NMBS-directie
Op langere termijn zorgt vrijmaking binnenlands reizigersvervoer voor betere dienstverlening, meer efficiënte en veiligere treinen
Maandag leggen de spoorbonden het treinverkeer in ons land lam. Aanleiding is onenigheid over het personeelsstatuut bij NMBS Logistics vanaf 2014. Open Vld-senator Guido De Padt vindt dat de sociale partners bij het spoor dringend werk moeten maken van een minimale dienstverlening. Hij legt in de Senaat daartoe een wetsvoorstel neer en hoopt op steun van andere partijen. “Scholieren en studenten die naar school sporen of mensen die met de trein naar hun werk gaan, mogen niet langer de gijzelaars zijn van conflicten tussen de spoorbonden en de NMBS-directie,” zegt De Padt. Op langere termijn zal volgens De Padt de vrijmaking van het binnenlands reizigersvervoer een vlotte dienstverlening garanderen.
“Heel wat scholieren zullen maandag niet op school geraken en het verkeer in ons land wordt wellicht één grote chaos,” zegt De Padt. “Ook het imago van de spoorwegen zal een flinke deuk krijgen om nog maar te zwijgen van de economische kost van de actie. Zijn er echt geen andere middelen dan het gijzelen van duizenden reizigers om tot een akkoord te komen?”
Wetsvoorstel voor minimale dienstverlening bij autonome overheidsbedrijven
“Mensen verwachten van een overheidsbedrijf als de NMBS een goede service. Die vraag is terecht. Daarom moet er bij de NMBS werk worden gemaakt van een minimale dienstverlening. Kinderen en studenten die naar school sporen en mensen die de trein gebruiken om op hun werk te geraken, mogen niet langer het slachtoffer zijn van conflicten tussen de vakbonden en de spoordirectie,” zegt De Padt.
Guido De Padt dient daarom, samen met Bart Tommelein en Nele Lijnen, in de Senaat een wetsvoorstel in dat bij autonome overheidsbedrijven zoals de NMBS een gewaarborgde minimale dienstverlening invoert. “Voor de spoorwegen betekent een minimale dienstverlening dat reizigers tijdens de ochtend- en avondspits kunnen rekenen op een vrij ruime bediening. Tijdens dat daluren kan dat aanbod beperkter zijn.” Volgens de Open Vld-senator moeten de sociale partners eerst de kans krijgen om zelf een minimale dienstverlening af te spreken. Maar indien de sociale partners er niet uitgeraken, moet de politiek haar verantwoordelijkheid nemen.
Tegen 2018 vrijmaking van binnenlands reizigersvervoer
Op langere termijn ziet Guido De Padt heil in de vrijmaking van het binnenlands reizigersvervoer. “Momenteel bezit de NMBS nog steeds een monopolie. Bij een staking kan de reiziger dus niet kiezen voor een andere spoormaatschappij. Op Europees niveau is men volop werk aan het maken van de vrijmaking van het reizigersvervoer. Europees Commissaris voor Vervoer Sim Kallas wil de markt voor het binnenlands reizigersvervoer tegen 2018-2019 openstellen voor nieuwe operatoren. De NMBS moet zich hierop dringend voorbereiden,” meent De Padt.
De Open Vld-senator onderstreept dat de vrijmaking van het reizigersvervoer niet betekent dat de overheid geen regels meer moet opleggen. “De overheid moet onverminderd criteria voor een vlotte dienstverlening uitzetten. Aan de hand van openbare aanbestedingen moeten de exploitanten worden geselecteerd die de beste service leveren tegen de laagste prijs. Om na te gaan of de spoormaatschappijen de afspraken nadien ook effectief naleven, zal een onafhankelijke regulator onontbeerlijk zijn,” zegt De Padt.
Vrijgemaakt reizigersvervoer is efficiënter en veiliger
De vrijmaking van het reizigersvervoer zal een prikkel geven om beter en efficiënter te werken. Uit de resultaten van een internationale benchmark-studie blijkt dat de kosten van de NMBS 20% hoger liggen dan in vergelijkbare spoormarkten. De kosten situeren zich vooral in het goederentransport, maar ook bij het reizigersvervoer. De studie geeft ook aan dat het aantal medewerkers in ons land 38% hoger ligt dan in andere vergelijkbare spoormarkten.
De Padt wijst er ook op dat de vrijmaking van het binnenlands reizigersvervoer de veiligheid kan verbeteren. “Uit cijfers van de European Railway Association (ERA) blijkt dat het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Nederland, landen waar het reizigersvervoer al is vrijgemaakt, het laagste aantal treinongevallen van alle EU-lidstaten hebben. In ons land daarentegen lag het aantal treinincidenten per miljoen treinkilometer 12 keer hoger dan in Nederland en het Verenigd Koninkrijk.”
Guido De Padt: “De vrijmaking van het binnenlands reizigersvervoer is dus niet alleen een betere waarborg voor een continue dienstverlening, maar zorgt ook voor meer efficiëntie en veiligere treinen. Waar wachten we op?”
Wetgevend initiatief voor minimale dienstverlening in overheidsbedrijven
Alhoewel een banale personeelskwestie de aanleiding vormde voor de stakingsactie bij Belgcontrol, ligt de dieperliggende oorzaak bij de interne problemen die al geruime tijd gekend zijn, zeker sinds de audit begin dit jaar. “Het spreekt dan ook voor zich dat een rationalisering van Belgocontrol zich opdringt, liever vandaag dan morgen, want de tijd dringt” stelt De Padt.
Maar Belgocontrol levert ook gratis diensten aan de regionale luchthavens. Probleem is dat de federale overheid bij de regionalisering van het luchthavenbeleid in 1989 akkoord ging dat Belgocontrol gratis voor de regionale luchthavens zou werken. Maar sinds 1 januari is een nieuwe Europese richtlijn van kracht. Die verbiedt luchtvaartmaatschappijen nog om te betalen voor de dienstverlening in regionale luchthavens. Daardoor loopt het bedrijf een groot stuk van zijn inkomsten mis. “De sleutel tot de oplossing ligt dus grotendeels bij het aanpassen van het samenwerkingsakkoord tussen de Federale overheid en de gewesten. Die laatste dragen immers niet bij voor de kosten van de verkeersluchtleiding voor hun luchthavens. Dat zou dus wel moeten, temeer omdat mobiliteit voor een groot stuk geregionaliseerd is’ oordeelt De Padt.
Belgocontrol levert bovendien een groot stuk gratis diensten waartoe ze verplicht zijn. Het betreft de staatsvluchten (ministers, NAVO, EU, …), een aanzienlijk aantal door de aanwezigheid van de internationale instellingen in ons land. Die kosten kunnen ze niet aanrekenen. ‘Een deel van die kosten zou moeten kunnen doorgerekend worden aan de overheden. Zo betalen zij voor de verstrekte dienstverlening. Toch niet zo onlogisch.’merkt De Padt op.
Toch blijft de staking disproportioneel. Het voordeel dat de verkeersleiders door hun actie kunnen behalen weegt niet op tegen de schade die ze ermee veroorzaken voor de luchtvaartmaatschappijen, de touroperators en de economie in het algemeen. Ons sociaal model voorziet overigens dat er eerst sociaal overleg wordt opgestart. Pas als dat overleg niets oplevert en nadat een stakingsaanzegging is ingediend, kan gestaakt worden. ‘Dat is hier absoluut niet gebeurd. Hier is op een buitengewoon disproportionele wijze gereageerd op een minieme aanleiding, zonder enig respect voor de sociale wetten. Dat kan niet. De roep voor een minimale dienstverlening is dan ook terecht. Belgocontrol is een overheidsbedrijf, de luchtverkeersleiders zouden daarom in alle omstandigheden tot een minimale dienstverlening verplicht moeten worden’ aldus De Padt.
Hij hoopt in de Senaat steun te krijgen voor zijn wetsvoorstel dat ertoe strekt een gewaarborgde minimum dienstverlening in te voeren bij autonome overheidsbedrijven. Daarbij dient voorzien te worden in sancties voor diegenen die wilde en ongecontroleerde stakingen veroorzaken.
Guido De Padt
Senator
0475/44 94 04
Migranten en gemeenten: een kwestie van lokale verankering
Hoge concentraties aan migranten werden tot voor kort voornamelijk genoteerd in de grote steden. Dit beeld blijkt echter langzaamaan te veranderen. We merken immers dat vrijwel elke gemeente – zelfs de meest landelijke – een toenemende verscheidenheid van etnische minderheden kent.
Onze samenleving wordt almaar multicultureler en diverser. Zo zou iets meer dan 20% van de Belgen allochtone roots hebben. De verwachting is zelfs dat dit binnen een periode van tien jaar zou kunnen oplopen tot 30%. Deze trend is vooral merkbaar in de hoofdstad (67.9%) en andere grote steden zoals Antwerpen. Nieuw is echter dat ook gemeenten procentueel een sterke stijging optekenen van het aantal allochtonen.
Vooral in de Denderstreek is de toename opvallend. Steden als Aalst, Ninove, Denderleeuw en Geraardsbergen mogen de laatste jaar een pak meer Congolezen onder hun burgers rekenen. De hoofdoorzaak van dit fenomeen is de nabijheid van Brussel. De traditioneel armere migranten kunnen de huurprijzen in de hoofdstad niet betalen en wijken uit naar de oostelijke rand van de provincie Oost-Vlaanderen. Problematisch wordt dit wanneer er een duidelijke concentratie is van migranten in – dikwijls achterstelde – wijken. Dit maakt echter het water tussen allochtonen en autochtonen nog dieper: contacten worden enkel gelegd tussen mensen uit de eigen gemeenschap en hun kennis van de Nederlandse taal wordt niet verbeterd; met opsluiting in de eigen cultuur tot gevolg.
Integratie en inburgering zijn sleutelbegrippen in deze netelige kwestie. Migranten moeten alle startkansen krijgen in onze samenleving, maar dienen zelf verantwoordelijkheid op te nemen om een rol als actief burger te gaan vervullen. Het volgen van alfabetiseringscursussen en aanleren van de landstalen, is een basisvereiste om zelfredzaam te zijn. Lokale verankering houdt daarnaast ook in dat men sociale banden heeft met België, dat de kinderen schoolgaand zijn, dat migranten een werkverleden hebben, werkbereidheid tonen en jobcapaciteiten bezitten óf verwerven, waardoor ze uitzicht krijgen op voorziening in hun eigen levensonderhoud.
De toevloed aan migranten dreigt extra druk te leggen op het taalbeleid in Vlaamse scholen. Kinderen zonder enige kennis van het Nederlands dreigen al heel snel een onoverbrugbare schoolachterstand op te lopen. Toch kunnen migranten een plaats in onze samenleving vinden mits eigen inzet en volharding en dankzij wat praktische hulp van anderen. Zo zal een autochtone buur een goed geïntegreerde migrant maar al te graag wegwijs maken in zijn eigen stad of gemeente en hen de weg wijzen door het bos van regels en verplichtingen.
De migrantenproblematiek is dus duidelijk ook (en misschien vooral) een lokale problematiek. Wij hebben er alle belang bij dat de migrant een plaats krijgt in de samenleving, maar het is allemaal niet zo evident. De lokale overheden mogen zich niet beperken tot het louter verschaffen van materiële en financiële hulp, maar moeten ook inspanningen doen om de allochtoon te “voelen”. Zowel figuurlijk, als letterlijk. Daar waar de allochtone bevolking zich veelal terugplooit in haar eigen “cocoon”, is het verre van gemakkelijk om hen écht te bereiken en te betrekken in bijvoorbeeld het gemeenschaps- leven. Er gebeuren wel heel wat inspanningen, maar het verschil in cultuur is soms een barrière om tot echte resultaten te komen. De noodzaak aan lokale verankering van de migrantengemeenschap is groot, maar om daartoe te komen moet nog een lange weg worden afgelegd. Het komt er dus op aan daar rond, integraal en geïntegreerd te werken en van die nood een deugd te maken.
“Integratie moet niet betekenen dat men zijn wortels ontkent. Het gaat niet om het uitwissen van de verschillen, maar om het respecteren ervan. Het is de weigering van het in zichzelf gekeerd zijn. Het is de openheid. Het is de vermenging van culturen.” – Michel Magits
Oproep aan Minister: “Uitbaggeren van Dender”
De regio Geraardsbergen werd in het verleden regelmatig geteisterd door overstromingen. Daarom bestaat er een noodzaak tot uitbaggeren van Dender.
Ik heb destijds persoonlijk kunnen vaststellen hoeveel leed dit veroorzaakt. Een en ander heeft te maken met een gebrekkige opvangcapaciteit van de Dender, die steeds meer en meer aanslibt.
De Waalse overheid heeft het gevaar daarvan ingezien en heeft de Dender op Waals grondgebied gebaggerd. Dit heeft tot gevolg dat voortaan een grotere hoeveelheid rivierwater het stoomafwaarts gelegen Geraardsbergen zal bereiken, hetgeen bij grote neerslag desastreuze gevolgen zou kunnen hebben. Wegens de remmende werking van de sluizen, zal het overstromingsgevaar immers toenemen, omdat de Dender in Geraardsbergen steeds minder kan fungeren als waterrecipiënt en bufferrivier. Hoe lager die is, hoe groter het gevaar dat de Dender buitens haar oevers treedt. Anderzijds heeft dit ook gevolgen voor het riviertoerisme (vooral passagiersvaart die wordt bemoeilijkt door onvoldoende diepgang), dat aan de Denderstreek een gevoelige meerwaarde kan bieden.
De stelling dat baggeren niets wijzigt aan het niveau zelf van de Dender, is juist, maar gaat voorbij aan voormelde vaststelling (en aan de vraag waarom men in Wallonië dan wél baggert).
Ik wil hier uw bijzondere aandacht voor vragen en hoop dat maatregelen worden getroffen om niet alleen Geraardsbergen, maar de ganse Denderregio te beschermen tegen watersnood.
In dat verband zal ook dringend een oplossing moeten worden gezocht voor het arrest dd. 06.04.2010 van de Raad van State, waarbij de stedenbouwkundige vergunning (van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar) houdende toelating tot de aanleg van een dwarsdijk ter hoogte van de Veldekensdreef in Overboelare, werd vernietigd. De vernietigingsgronden zijn niet terug te vinden in het arrest, zodat het mij onduidelijk is op grond waarvan dit is gebeurd.
Guido De Padt
Senator
Nieuw schooljaar: kindvriendelijke werktijden zorgen voor een betere kind-ouderrelatie
Kinderen zelf aan de schoolpoort kunnen afzetten of ze aldaar gaan ophalen, is niet voor elke ouder weggelegd. Vooral wanneer men te maken heeft met strakke werktijden en er even tussenuit glippen niet bij is. Ook een dringend bezoek aan de geneesheer, even in de klas binnenspringen om een vergeten schoolboek af te geven, enz., is dan niet aan de orde. Met het invoeren van flexibele werkuren voor ambtenaren heeft het OCMW Geraardsbergen o.m. aan deze situaties een antwoord willen bieden. Bijna 4 jaar later , is het tijd voor evaluatie. En wat stellen we vast? Flexibel werken werkt!
Vertrouwen is het sleutelwoord bij flexibel werken. Vooral van werkgevers. Dat het niet uitmaakt waar en wanneer je je werk doet, àls je het maar doet.
Flexibel werken is niet alleen mooi ideaal, maar pure noodzaak, zegt ocmw-voorzitter Guido De Padt. De moderne medewerker is mondig, gewend om met technologie om te gaan en thuis in de kunst van het onderhandelen. Vooral de jongere generatie wil niet op de hiërarchische weg met elkaar omgaan die tot voor kort arbeidsrelaties typeerde. Bovendien leven we in een geïndividualiseerde samenleving, werknemers willen autonomie en vrijheid. Ze willen geen baas meer die vertelt wat ze moeten doen. Mensen willen graag werken en doen waar ze goed in zijn, maar niet (meer) in een 9-tot-5-kantoorbaan en een baas die controleert of iedereen wel achter z’n bureau zit.
Wat later beginnen als je even naar de dokter moet, eerder naar huis voor de kinderen en dan later gewoon die nota schrijven?
Guido De Padt liet voor de ambtenaren die in de administratie van het OCMW Geraardsbergen werken, het systeem van flexibele uren invoeren.
Vanuit de filosofie dat niet de werktijd en de aanwezigheid op het werk relevant zijn voor de kwaliteit van het werk, maar het werk zelf en de kwaliteit van het geleverde werk, startte dit project op 1 mei 2007.
Medewerkers hebben de vrijheid hun werkuren vrij te kiezen. Zij kunnen werken tussen 6u45 ’s morgens en 21.21u ’s avonds.
In dit systeem vallen de stamtijden of vaste werkuren met verplichte aanwezigheid van 9 uur tot 12 uur en van 14 uur tot 16 uur weg.
De minimale werktijd van 5 uren vervalt, de maximale werktijd van 9 uren per dag blijft behouden.
De minimum middagpauze van een half uur vervalt. Bij het nemen van een effectieve middagpauze moet er uiteraard wel geprikt worden. Conform het arbeidsreglement is eten tijdens de diensturen niet toegelaten.
Sommige medewerkers kunnen op elke dag van de week komen werken, of dit nu een verlofdag is of niet. Via het registratiesysteem wordt dit automatisch verrekend.
Katelijne is getrouwd, heeft 3 kinderen en werkt als stafmedewerker bij het OCMW Geraardsbergen. Hoe bevalt het haar?
“Binnen het ocmw wordt heel wat gedaan om gezinsvriendelijk te kunnen werken.
Flexibel werken is binnen de administratie heel normaal. Je kunt een keertje eerder weggaan als dat nodig is, of een dag overslaan. Iedereen werkt hier hard en leidinggevenden gaan ervan uit dat je uren toch wel maakt. Er is over het algemeen veel vertrouwen. Niemand vraagt je waar je heengaat als je een keer wat eerder weg bent om je kinderen op te halen. Het geeft mij veel rust om die flexibiliteit te hebben. Ik vind dat je zelf verantwoordelijk bent voor je resultaten en dat het niet uitmaakt wanneer je je werk doet. Heel efficiënt toch?”
Dit systeem legt de verantwoordelijkheid bij de medewerkers zelf. Dit geeft een gevoel dat “men vertrouwen heeft in hen”. De medewerkers weten dat ze het lot ook in eigen handen houden en ze enkel zichzelf ’straffen’ indien ze het niet nauw nemen met de gemaakte afspraken. Die afspraken zijn ook duidelijk en op voorhand meegedeeld.
Wel wordt verwacht dat de medewerkers de nodige flexibiliteit aan de dag leggen. Zij dragen de verantwoordelijkheid de permanentie binnen hun dienst te verzekeren tijdens de openingsuren, in overleg en in samenspraak met hun collega’s en de leidinggevende. Afspraken binnen de dienst dienen gerespecteerd te worden. Indien bijvoorbeeld aanwezigheid op een vergadering of op een afspraak verwacht wordt, dient de medewerker zich daaraan te houden.
De diensten binnen het departement Maatschappelijk welzijn richten zich op de eerste plaats rechtstreeks naar de burger. De toegankelijkheid voor deze burger mocht geenszins door het invoeren van het systeem van vrije werkuren in het gedrang komen. De openingsuren van de sociale dienst werden behouden.
Het permanentiesysteem van de maatschappelijk werkers bood voldoende mogelijkheden aan de medewerkers om mits onderlinge afspraken toch gebruik te kunnen maken van de soepelheid van het systeem. Tot op vandaag blijkt dat goede onderlinge afspraken die tussen de medewerkers op vrijwillige basis worden genomen het ook binnen een ‘klantgerichte’ dienst mogelijk maken om dit systeem in te voeren.
Het is mijn aanvoelen dat deze onderlinge afspraken vlot verlopen. Medewerkers appreciëren deze vorm van vrijheid met het daaraan gekoppelde verantwoordelijkheidsgevoel. Het geeft een soepelheid dat hen bijvoorbeeld makkelijker laat omgaan met gebeurtenissen in hun privé-leven.
Nu, we zien zelfs dat collega’s hun werkuren aanpassen en cliënten buiten de klassieke kantooruren ontvangen of bezoeken.
De medewerkers waren bij de invoering aangenaam verrast om “zoiets te krijgen”. Er was en is een algemene teneur van tevredenheid.
Binnen het OCMW Geraardsbergen zijn verschillende medewerkersgroepen actief. De aard van het werk, de noodzaak van 24u op 24u aanwezigheid en verzorging binnen de rusthuizen vereisen een afzonderlijke benadering van uurroosters en tijdsindeling.
Naargelang de plaats van tewerkstelling is het ook niet steeds praktisch haalbaar om een glijdende uurregeling toe te kennen (bvb. de technische dienst).
Zij die er niet van kunnen profiteren, zijn natuurlijk minder gelukkig.
De vrije werkuren zorgen voor heel wat meer vrijheid bij de medewerkers. Door het verdwijnen van de stamtijden, ontstaat veel meer speling voor de planning werk – privé. De verhalen zijn legio: een beetje later kunnen naar het werk vertrekken, vroeger stoppen om een terrasje in de zon te doen, een langere middagpauze nemen, eventjes het kind van school halen en dan terug komen. We stellen vast de collega’s minder afwezig zijn omdat ze naar de tandarts of naar de dokter moeten.
Over 20 jaar zal het heel normaal zijn dat iedereen werkt waar en wanneer hij wil. Dat is een evolutie die niet meer te stuiten is.